Maatschappelijke prestaties

KPI's

Toelichting

Eenheid

Resultaat 2022

Target 2023

Resultaat 2023

Target 2024

Klimaatmitigatie

Reductie CO2-uitstoot ten opzichte van 2018*

Percentage reductie CO2-uitstoot bedrijfsvoering Stedin in tonnen t.o.v. 2018 (excl. gasnetverliezen)

%

-48

-50

-50

-

Vergroening netverliezen elektriciteit

Het percentage van de CO2-uitstoot ontstaan door netverlies in ons elektriciteits-distributienet dat wij compenseren.

%

100

100

100

100

  1. * Deze KPI, gerelateerd aan de One Planet strategie, zal vanaf volgend jaar vervallen en geïntegreerd worden in een target op de gehele GHG-sc uitstoot. Het target is in lijn met SBTi en zal dan t.o.v. 2021 worden berekend.

Stedin is een maatschappelijk bedrijf. Onze maatschappelijke prestaties zijn daarom onlosmakelijk verbonden aan onze strategie. Het versnellen van de energietransitie draagt bij aan het waarmaken van de klimaatambities van Nederland. Daarom willen we eerder beginnen en sneller bouwen, optimaal benutten en goed blijven beheren. Maar dit willen we wel op een duurzame manier doen. En onze maatschappelijke ambities en prestaties gaan verder. Zo willen wij een afspiegeling zijn van de wereld waarin we werken en een werkplek zijn waar iedereen zichzelf kan zijn, gewaardeerd wordt en gelijkwaardig wordt behandeld. Én we doen ons werk op een integere en transparante manier. Door wet- en regelgeving na te leven en waar nodig veranderingen in wet- en regelgeving te agenderen, bijvoorbeeld wanneer de wet- en regelgeving de energietransitie in de weg zit, zorgen we dat deze kan meebewegen met onze maatschappelijke opgave. 

Stedin wil een groene en duurzame netbeheerder zijn. Een organisatie waar iedereen veilig is en zich thuis voelt. Én een netbeheerder die integer, transparant en eerlijk is.

ISS ESG rating: B score

Stedin heeft een duurzame rating, toegekend door het onafhankelijke ratingbureau, Institutional Shareholder Services (ISS). Zij geven een ESG Corporate Rating af waarbij wordt gekeken naar relevante, materiële en toekomstgerichte gegevens en prestatiebeoordelingen op het gebied van milieu, sociaal en bestuurlijk. De rating loopt van A+ (uitstekende prestaties) tot D- (slechte prestaties).

We scoren nu een B rating met een Prime-label. Dit label wordt toegekend aan bedrijven met een ESG-prestatie boven de sectorspecifieke drempel. Stedin hoort hierdoor bij de duurzaamheidsleiders in de sector.

Een onderdeel bij het vaststellen van de rating is het beoordelen van Stedin’s Green Finance Framework. Dit framework is belangrijk voor de uitgifte van groene obligaties, wat door Stedin als belangrijke bron van financiering wordt gezien.

Op weg naar een ESG-gedreven organisatie hebben we eind 2023 onze ESG-strategie herijkt. Voor deze nieuwe ESG-strategie hebben we nieuwe doelen op het gebied van milieu (Environmental), sociaal (Social) en bestuurlijk (Governance) geformuleerd.

We streven nu een bredere duurzaamheidsambitie na: in 2030 willen we onze CO2-uitstoot gereduceerd hebben in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs, ons primair materiaalgebruik in relatieve zin verkleinen, negatieve impact op biodiversiteit verminderen, een goede werkgever blijven en compliant blijven aan wet- en regelgeving. Al met al willen we onze positieve impact op de maatschappij vergroten en de negatieve impact van onze bedrijfsvoering zo klein mogelijk maken. Lees meer hierover in de gepubliceerde ESG-strategie.

Dat betekent dat we in dit jaarverslag van 2023 voor de laatste keer rapporteren over de duurzaamheidsresultaten voortkomend uit de ESG-strategie tot en met 2023 (One Planet-strategie).

In 2023 hebben we wederom onze CO2-uitstoot (exclusief gasnetverliezen en ten opzichte van de uitstoot in 2018) weten te reduceren, is onze inkoop van netverliezen elektriciteit 100% groen en hebben we nieuwe inzichten opgedaan hoe te sturen op het verhogen van circulariteit van inkoop van primaire assets.

CO2-uitstoot

Om de uitstoot van broeikasgassen te monitoren volgen we het Greenhouse Gas Protocol dat is ingedeeld in drie verschillende categorien waarin de uitstoot van die broeikasgassen plaats kan vinden, zogeheten scopes. Hieronder staan de scopes beschreven, inclusief de onderwerpen die relevant zijn voor Stedin. Naast CO2 vindt er dus ook uitstoot plaats van andere broeikasgassen. Om hun vermogen de atmosfeer op te warmen onderling te kunnen vergelijken, drukken we die uit ten opzichte van het opwarmend vermogen van CO2 en dat noemen we CO2-equivalenten. Alle door Stedin veroorzaakte uitstoot van broeikasgassen wordt berekend in CO2-equivalenten. Voor de begrijpelijkheid van dit verslag gebruiken we de term ‘CO2-uitstoot’ voor de totale uitstoot van broeikasgassen.

Tabel CO2-uitstoot, inclusief vergroening

Resultaten in ton CO2eq*

Scopes volgens GHG protocol

Toelichting

Categorie

Wat valt daar bij Stedin onder

2020

2021

2022

2023

Scope 1:
Directe emissies

Emissies van broeikasgassen van eigendommen of door geleasde apparatuur, die het directe gevolg zijn van onze kernactiviteiten.

Netverlies

Netverlies van ons gasnetwerk

108.082

102.774

79.277

76.080

Mobiliteit

Ons wagenpark (lease- en bedrijfswagens)

9.172

7.921

7.400

7.665

Overig

Invoeden SF6

137

455

727

866

Energiegebruik

Aardgasgebruik van onze gebouwen

719

597

507

470

Energiegebruik

Aggregaten

2.533

2.246

123

127

Scope 2:
Indirecte emissies

Alle uitstoot van broeikasgassen bij het opwekken van elektriciteit gebruikt door Stedin, maar opgewekt door derden.

Netverlies

Netverlies elektriciteit

453.153

442.709

381.156

304.450

Vergroening netverlies

Netverlies elektriciteit

-452.587

-442.068

-381.156

-304.450

Energiegebruik

Elektriciteits- en warmteverbruik van onze gebouwen

1.646

1.681

1.431

873

Scope 3:
Keten emissies

Uitstoot broeikasgassen door energie en brandstofgebruik vanuit vervoer, winning, energieproductie (excl. energieopwek) en emissies bij derden die het gevolg zijn van onze kernactiviteiten.

Overig

Inkoop

228.040

226.894

236.750

332.582

Mobiliteit

Woon-werkverkeer

1.818

211

669

696

Mobiliteit

Zakelijke kilometers

411

387

388

418

Totaal

353.124

343.807

327.272

419.777

  1. * De One Planet-strategie had een beperktere scope dan de herijkte strategie. Per 2023 hebben we de scope aangepast en onze berekening van de CO2-uitstoot hierop gebaseerd. Daarnaast hebben we de CO2-uitstoot met terugwerkende kracht doorgerekend om de voortgang te kunnen laten zien. Tevens is het resultaat van de CO2-uitstoot berekend volgens de meest recente emissiefactoren (2023).

Toelichting per scope

Scope 1: directe emissies

Directe emissies zijn die emissies die direct door bronnen binnen de bedrijfsvoering van Stedin worden uitgestoten.

Netverliezen van ons gasnet

De grootste emissies in scope 1 relateren aan het fysiek lekken van gas tijdens het transport door onze netten. Vanaf 2020 behandelen wij deze uitstoot als uitstoot door één van onze bronnen en rapporteren wij over de netverliezen van ons gasnet. In 2023 hebben we besloten geen compensatie van CO2 door middel van CO2-certificaten toe te passen voor de uitstoot gerelateerd aan gasnetverliezen. In plaats daarvan gaan we nog meer focussen op reductie van de uitstoot. Onze gasnetverliezen laten een daling van 4% zien ten opzichte van 2022. Dit komt onder andere door het aardgasvrij maken van woonwijken, de vervanging van brosse gasleidingen door kunststofleidingen en een verdere daling van ons gastransport. Naast het bestaande programma om brosse gasleidingen te vervangen gaan we op termijn het gaslekzoeken intensiveren.

Aardgasverbruik van onze gebouwen en uitstoot van ons wagenpark

Het aardgasverbruik van onze gebouwen is afgenomen door onder andere het gasloos maken van onze panden, een lagere pandbezetting, hybride werken en reductie van het aantal panden dat we in gebruik hebben. Daarnaast hebben we als ambitie om in 2030 een totaal emissieloos wagenpark te hebben. Ruim 90% van onze lease-personenauto’s is geëlektrificeerd, de rest wordt in 2024 vervangen door een elektrische variant. De bedrijfsauto’s die nu nog op fossiele brandstoffen rijden vervangen we stapsgewijs door een elektrische variant. We hebben onderzocht of bedrijfsvoertuigen op waterstof een passend alternatief kunnen zijn voor bedrijfsbussen. Uit dit onderzoek hebben we helaas moeten concluderen dat de markt qua aanbod nog niet voorziet in de behoefte van Stedin.

Aggregaten

Stedin zet aggregaten in op plaatsen waar plotseling, bijvoorbeeld in geval van een kleinschalige maar langdurige storing, geen of onvoldoende elektrisch vermogen beschikbaar is of in situaties waarbij een geplande onderbreking een onveilige medische situatie tot gevolg heeft voor één van onze klanten. Sinds 2022 gebruiken wij hiervoor blauwe diesel, omdat die zorgt voor minder CO2-uitstoot.

Invoeden SF6

Tot slot rapporteren we in scope 1 over de impact van SF6. SF6 is een zeer sterk broeikasgas, dat in sommige typen schakelinstallaties wordt gebruikt als isolatiegas. De meeste schakelinstallaties zijn lekdicht, maar ieder jaar stoten enkele typen in het hoogspanningsdeel een beperkte hoeveelheid SF6 uit.

Scope 2: indirectie emissies

Indirecte emissies zijn die emissies die zijn uitgestoten tijdens de opwek van door ons ingekochte elektriciteit. Het gaat om elektriciteit die we gebruiken voor onder andere verwarming of koeling voor onze gebouwen én om elektriciteit die ‘verloren is gegaan’ tijdens het transport via ons net richting onze afnemers.

Elektriciteits- en warmteverbruik van onze gebouwen 

Om ons elektriciteitsverbruik te reduceren hebben we diverse energiebesparende maatregelen in onze panden doorgevoerd. Ruim 90% van onze eigen panden heeft nu een energielabel A of hoger. Zo zijn panden extra geïsoleerd, uitvoeringslocaties voorzien van zonnepanelen, nieuwe laadpalen geplaatst, is meer ledverlichting toegepast en hebben we een pilot met adaptieve klimaatregeling op onze locatie Utrecht gedaan. De positieve effecten hiervan zien we terug in een verlaging van ons energieverbruik op elektriciteit (-4%), gas (-20%) en warmte (-16%). Door actief energiemanagement hebben we meer inzicht in ons verbruik gekregen en kunnen we beter sturen op vermindering hiervan. 

Netverlies elektriciteit en vergroening

De CO2-uitstoot van de inkoop van onze netverliezen elektriciteit compenseren we. We kopen 40% van ons netverlies in via een zogenoemd Power Purchase Agreement met onze partner Eneco waarbij we ‘Hollandse windstroom’ direct afnemen van het windpark Borssele 3 & 4. De overige 60% van dit netverlies compenseren we met de inkoop van zogenoemde Garanties van Oorsprong (GvO’s) afkomstig van windstroom uit de EU. In de tabel hierna ziet u de hoeveelheden getransporteerde elektriciteit en gerelateerde netverliezen. 

Jaar

Elektriciteitstransport

Netverlies

Netverlies percentage

2019

21.100 GWh

1.069 GWh

5,1%

2020

20.171 GWh

953 GWh

4,7%

2021

20.529 GWh

931 GWh

4,5%

2022

20.746 GWh

892 GWh

4,3%

2023*

24.374 GWh

903 GWh

3,7%

  1. * Als gevolg van een aangepaste uniforme definitie in de sector is het getransporteerde volume in 2023 17% hoger dan in 2022.

Scope 3: ketenemissies

Ketenemissies zijn die emissies die zijn veroorzaakt door gebruik te maken van mobiliteit voor woon-werk verkeer en zakelijke kilometers en door de bedrijfsactiviteiten van bedrijven in onze (leveranciers)keten.

Inkoop

De CO2-uitstoot gerelateerd aan onze inkoop is bijna 80% van de totale netto uitstoot van scope 1, 2 en 3. Tot nu toe schatten we deze uitstoot met behulp van kengetallen en ons inkoopvolume. In 2024 willen we de onderliggende berekeningmethodes doorontwikkelen, zodat resultaten van de initiatieven voor het verduurzamen in de waardeketen ook terug te lezen zijn in de scope 3 emissies. Er zijn wel initiatieven om materialen te verduurzamen, maar dat gebeurt nu nog via het thema circulariteit.

Woon-werk verkeer en zakelijke kilometers

De uitstoot als gevolg van woon-werk verkeer en zakelijke kilometers laat een lichte stijging zien die gerelateerd is aan de toename van onze activiteiten en formatie.

Circulair materiaalgebruik en afvalmanagement

Omwille van duurzaamheid streven we al enkele jaren naar een zo hoog mogelijke mate van circulariteit. We kopen zo veel mogelijk producten in die gerecyclede grondstoffen bevatten, we dagen leveranciers uit om producten te leveren die aan het eind van de levensduur maximaal herbruikbaar zijn en we werken samen met onze afvalverwerkers om producten zo hoogwaardig mogelijk te recyclen. 

Circulariteit 

Sinds 2023 richten we ons op de vermindering van het gebruik van primaire materialen. Dat is namelijk waar een groot deel van onze milieu-impact zit, vooral vanwege de gemiddeld lange levensduur van onze assets. Daarom hebben we de KPI Circulaire bedrijfsvoering, waarover we voorgaande jaren rapporteerden, doorontwikkeld. Eerder had deze KPI betrekking op het percentage gerecycled materiaal bij aanschaf en het percentage recyclebaarheid bij verwerking. Dit voldeed niet meer omdat: 

  • er geen onderscheid werd gemaakt tussen de treden op de ‘R-ladder’; 

  • het percentage ‘recyclebaarheid bij verwerking’ niet goed kon worden getoetst vanwege de gemiddelde lange levensduur van onze assets; 

  • niet alle ingekochte materialen werden meegenomen in de KPI-berekening. 


Tegelijkertijd zien we dat circulariteit verder gaat dan het inkopen van (recyclebare) assets. Het ziet ook toe op herinzet en verschroting van assets en de mate van cirulair design. Vanaf 2024 zullen we hierover rapporteren.

Grondstoffenpaspoort

Het grondstoffenpaspoort geeft inzicht in de samenstelling van de gebruikte grondstoffen in onze assets. De data uit het grondstoffenpaspoort worden steeds vaker en intensiever gebruikt. Daarom hebben we het afgelopen jaar gewerkt aan een certificeringstraject, zodat we er vanuit kunnen gaan dat de ingevulde data correct is. Dit deden we in samenwerking met Kiwa en overige netbeheerders. Certificatie door Kiwa houdt in dat de opgegeven circulariteitsdata onafhankelijk beoordeeld en door uitgifte van een Kiwa certificaat gevalideerd en bevestigd worden. Het project is momenteel afgerond voor kabels. In 2024 breiden we de scope uit naar andere assetcategorieën. 

Herinzet

Met ’herinzet van assets’ kunnen we hoogspanningskabels en transformatoren op grotere schaal hergebruiken. Zo dragen we bij aan de reductie van grondstoffengebruik en CO2-uitstoot. In 2023 is de herinzet uitgebreid met hoogspannings- en gascomponenten. Het gaat jaarlijks om circa 150 transformatoren, 2.000 slimme meters, 25 netstations en diverse hoogspannings- en gascomponenten. Met de huidige materiaalschaarste is herinzet een welkome aanvulling op onze voorraden. Bovendien zorgen we ervoor dat oudere componenten, die niet meer geleverd worden door de fabrikant, toch nog beschikbaar zijn. Tot slot levert het ook nog een kostenbesparing op in de vorm van vermeden inkoopkosten van ongeveer €4 miljoen.

Hergebruik grondstoffen van transformator

Als we een onderdeel niet meer als geheel kunnen inzetten, splitsen we het restmateriaal zo veel mogelijk op in herbruikbare grondstoffen. Dit doen we op een milieuvriendelijke manier. Zo splitsen we een transformator op in de grondstoffen koper, staal, aluminium, rubber, RVS, kunststof en olie. Alle grondstoffen bieden we weer aan voor hoogwaardig hergebruik, zodat we er nieuwe transformatoren van kunnen maken. Wanneer onderdelen niet meer hergebruikt kunnen worden, haalt afvalverwerker Renewi ze op, net als alle grondstoffen van onze kantoren.

Afvalmanagement

In onderstaande tabel geven we de hoeveelheid afval weer van Stedin. In lijn met onze steeds groter wordende opgave, is de hoeveelheid werk die we in 2023 hebben verzet - en daarmee ook de hoeveelheid afval in absolute zin - toegenomen. De vervanging van niet-duurzame infrastructuur door duurzame infrastructuur en uitbreiding van de duurzame infrastructuur zorgt voor meer afval. We verwerkten in 2023 per maand dan ook gemiddeld 182 ton meer afval ten opzichte van 2022. Gemiddeld verwerken we ruim 1.100 ton afval per maand. Zo’n 13% van de totale afvalstroom bestaat uit asbest (2022: 19%). In de niet-recyclebare afvalstroom heeft asbest een aandeel van 37% (2022: 74%). Gietijzer maakt met zo'n 57% een groot deel uit van de materialen die wel gerecycled worden. Dit komt door het versneld vervangen van onze gietijzeren gasleidingen. We hebben in 2023 2.837 ton gietijzer afgevoerd (2022: 2.967 ton). Gietijzer wordt altijd gerecycled. 

Afval (in kg)

2019*

2020*

2021**

2022**

2023**

Totale hoeveelheid afval

9.576.136

8.885.295

11.424.839

11.024.321

13.207.255

Totale hoeveelheid afval gerecycled

8.623.144

7.710.474

8.636.798

8.209.666

8.416.474

Totale hoeveelheid afval niet-gerecycled

952.992

1.174.821

2.788.041

2.814.655

4.790.781

% afval niet-gerecycled

10%

13%

24%

26%

36%

Totale hoeveelheid asbest

718.550

756.645

1.894.085

2.084.395

1.749.220

% aandeel asbest in afval niet-gerecycled

75%

64%

68%

74%

37%

  1. * Stedin Netbeheer
  2. * Vanaf 2021 zijn de cijfers van voormalig netbeheerder Enduris in de gerapporteerde cijfers opgenomen

Biodiversiteit

In 2023 hebben we een impactonderzoek naar biodiversiteit gedaan. De conclusie geeft aan dat wij, naast een geringe impact op en rond onze eigen stations, vooral in de leveranciersketen een significante impact hebben op biodiversiteit. We gaan ons dan ook focussen op biodiversiteitsverlies in de leveranciersketen en zullen in 2024 de mogelijkheden om dit positief te beïnvloeden verder onderzoeken.

Dit betekent niet dat wij geen aandacht hebben voor biodiversiteit op- en rond onze eigen stations. Vanuit onze maatschappelijke verantwoordelijkheid en ook omdat onze omgeving steeds vaker eisen stelt aan de vergroening van onze stations, is hier aandacht voor. Zo is ecologische inpassing steeds vaker onderdeel van vergunningstrajecten. We hebben daarom in 2023: 

  • gewerkt aan gestandaardiseerde ‘aanlegcriteria’ voor biodiversiteit die we in de toekomst gaan toepassen op onze grotere stations. Hierin staat beschreven hoe we biodiversiteitsmaatregelen kunnen toepassen op onze assets, rekening houdend met de veiligheid ervan. Denk aan groene daken, nestkasten, wadi’s en het gebruik van heggen. 

  • onderzoek en pilots uitgevoerd met ‘ecologische groenzorg’. Ongeveer 16% van onze ‘ruimtelijke voetafdruk’ is ‘groen’ en biedt dus kansen om de lokale ecologie te verbeteren. Doel van het onderzoek was om maatregelen op te kunnen stellen, zoals de uitbreiding van slingerend maaien en de afschaffing van pesticidengebruik. In 2024 gaan we de groenzorg op basis van deze initiatieven ecologisch aanbesteden. 

Groene Netten en de Agenda Natuurinclusief

Groene Netten is een samenwerkingsverband op het gebied van duurzaamheid tussen MVO Nederland en de acht grote infrabeheerders van Nederland waaronder Stedin. Afgelopen jaar is samen met deze infrabeheerders gewerkt aan de ‘Agenda Natuurinclusief’, die tot stand is gekomen onder leiding van het ministerie van LNV. Hierin staat dat infrabeheerders natuurinclusief de ‘standaard’ maken bij nieuw- en verbouwprojecten en de groenzorg op een ecologische manier uitvoeren. Begin 2024 wordt een ‘sectorakkoord’ ondertekend om deze afspraken te bekrachtigen. 

Om deze afspraken goed uit te voeren werken de Groene Netten samen met het wetenschappelijk instituut voor de biodiversiteit Naturalis en de Vlinderstichting. Zo is er gewerkt aan een ‘kansenkaart’ die inzichtelijk maakt waar kansen tot samenwerking zijn tussen de Groene Netten partners als het gaat om het verbeteren van biodiversiteit. We verwachten in 2024 een eerste project samen met partners te kunnen ontwikkelen. 

EU Taxonomie

Waar komen we vandaan

Verdere opwarming van de aarde moet met alle middelen worden tegengaan. Volgens het Klimaatakkoord van Parijs moet de Europese Unie in 2050 klimaatneutraal zijn. Mede daarom heeft de EU een stappenplan opgezet om de financiering van duurzame groei te bevorderen. Als onderdeel van dit stappenplan heeft de EU een taxonomie vastgesteld. Deze taxonomie moet duidelijk maken welke bedrijfsactiviteiten wel en niet ecologisch duurzaam zijn en de mogelijkheden van greenwashing verminderen. Vanaf 2021 rapporteert Stedin, als onderneming van openbaar belang (OOB), over het (ecologisch) duurzame aandeel van haar omzet, het aandeel operationele uitgaven (OpEx) en kapitaaluitgaven (CapEx) op basis van de Taxonomieverordening van 18 juni 2020 (EU Verordening 2020/852). Om het (ecologisch) duurzame aandeel van onze omzet, OpEx en CapEx te bepalen toetsen we of we met het uitvoeren van onze bedrijfsactiviteiten (deels) bijdragen én tegelijkertijd geen afbreuk doen aan het bereiken van de volgende zes milieudoelstellingen:

  • Mitigatie van klimaatverandering;

  • Adaptatie aan klimaatverandering;

  • Het duurzaam gebruik en de bescherming van water en mariene hulpbronnen;

  • De transititie naar een circulaire economie;

  • De preventie en bestrijding van verontreiniging; en,

  • De bescherming en het herstel van de biodiversiteit en ecosystemen.

Waar staan we nu

Ook dit jaar concluderen we dat Stedin economische activiteiten uitvoert waarmee zij kan bijdragen aan verduurzaming, in het bijzonder door bij te dragen aan het mitigeren van klimaatverandering door het transporteren van duurzaam opgewekte elektriciteit (activiteit 4.9 binnen de EU Taxonomie). Daarnaast dragen we bij aan het mitigeren van klimaatverandering door te werken aan verduurzaming van onze mobiliteit (activiteit 6.5 binnen de EU Taxonomie) en de verduurzaming van onze gebouwen (activiteit 7.7 binnen de EU Taxonomie). De uitbreiding van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139 heeft voor Stedin niet geleid tot een andere conclusie ten aanzien van de in aanmerking komende activiteiten.

Om daadwerkelijk te mogen rapporteren dat bovenstaande activiteiten van Stedin (deels) ecologisch duurzaam zijn, moeten we aantonen dat deze activiteiten een significante bijdrage leveren aan het bereiken van (één van) de eerder genoemde milieudoelstellingen, geen ernstige afbreuk doen ('GEAD') aan de andere milieudoelstellingen en dat we ons tijdens het uitvoeren van deze activiteiten houden aan minimumgaranties, de zogenaamde ‘minimum safequards’, samen te vatten als dat we goed voor werknemers (in de gehele waardeketen) moeten zorgen, corruptie, omkoping en oneerlijke concurrentie moeten voorkomen en belastingwetten naar de letter van de geest moeten naleven.

Op basis van een gedegen beoordeling van de EU Taxonomie concludeert Stedin dat door duurzame elektriciteit te transporteren via haar netten en haar mobiliteit en gebouwen te verduurzamen, zij een significante bijdrage levert aan de mitigatie van klimaatverandering. Echter kan Stedin nog niet in voldoende mate aantonen dat zij voldoet aan de gestelde minimumgaranties. In de implementatie van een volledig mensenrechten due diligence beleid moeten wij nog stappen zetten. Daarom rapporteren we dat we nog niet kunnen aantonen dat we met het uitvoeren van onze activiteiten ook daadwerkelijk bijdragen aan ecologische verduurzaming.

Stedin doet al veel op het gebied van minimum garanties voor haar eigen medewerkers. Zo zetten we vertrouwenspersonen in, hebben we een klokkenluidersregeling, gedragscode en een duidelijk inkoopbeleid. Onze garanties zijn echter niet altijd ondersteund door risicoanalyses en/of gedocumenteerd beleid en we hebben nog te weinig zicht op naleving van mensenrechten in onze waardeketen (bijvoorbeeld ten aanzien van inleners). Daarnaast heeft Stedin nog niet in al haar contracten de eis opgenomen dat leveranciers bepaalde informatie aanleveren om te kunnen bepalen of hun geleverde producten en diensten voldoen aan de GEAD-criteria (Geen Enstige Afbreuk Doen aan) en om te constateren welke maatregelen leveranciers treffen om aan de gestelde duurzaamheidseisen te gaan voldoen. Van 56% van onze leveranciers hebben we een getekende ‘code of conduct’. Dit moet beter.

In 2024 werken we verder aan de bewijsvoering dat onze economische activiteiten (deels) daadwerkelijk bijdragen aan ecologische verduurzaming. Voor 2023 ziet onze rapportage conform de EU Taxonomie er als volgt uit:

Boekjaar 2023

Jaar

Criteria inzake substantiële bijdrage

GEAD-criteria ("geen ernstige afbreuk doen aan")

Economische activiteiten (1)

Code
(2)

Omzet
(3)

Aandeel omzet 2023 (4)

Klimaatmitigatie (5)

Klimaatadaptatie (6)

Water (7)

Verontreiniging (8)

Circulaire economie (9)

Biodiverssiteit (10)

Klimaatmitigatie (11)

Klimaatadaptatie (12)

Water (13)

Verontreiniging (14)

Circulaire economie (15)

Biodiverssiteit (16)

Minimuumgaranties (17)

Aandeel van op taxonomie afgestemde (A.1.) of ervoor in aanmerking komende (A.2.) omzet 2022 (18)

Categorie faciliterende activiteit (19)

Categorie transi- tieonder- steunde activiteit (20)

Tekst

Valuta

%

J; N; niak

J; N; niak

J; N; niak

J; N; niak

J; N; niak

J; N; niak

J/N

J/N

J/N

J/N

J/N

J/N

J/N

%

F

T

A.

VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN (IAK)

A.1.

Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd)

Transmissie en distributie van elektriciteit

4.9

0

0%

J

N

niak

N

N

N

n.v.t

N

n.v.t.

J

J

N

N

0%

F

Omzet ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1)

0

0%

100%

0%

0%

0%

0%

0%

n.v.t

N

n.v.t.

J

J

N

N

0%

Waarvan faciliterend

0

0%

100%

0%

0%

0%

0%

0%

n.v.t

N

n.v.t.

J

J

N

N

0%

F

Waarvan transitieondersteunend

0

0%

0%

n.v.t

N

n.v.t.

J

J

N

N

0%

T

A.2.

Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten

iak; niak

iak; niak

iak; niak

iak; niak

iak; niak

iak; niak

Transmissie en distributie van elektriciteit

4.9

1296

73%

iak

niak

niak

niak

niak

niak

68%

Omzet van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2)

1296

73%

73%

0%

0%

0%

0%

0%

68%

A.

Omzet van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1 + A.2)

1296

73%

73%

0%

0%

0%

0%

0%

68%

B.

NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN (NIAK)

Omzet niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten

468

27%

TOTAAL

1764

100%

Boekjaar 2023

Jaar

Criteria inzake substantiële bijdrage

GEAD-criteria ("geen ernstige afbreuk doen aan")

Economische activiteiten (1)

Code
(2)

CapEx (3)

Aandeel CapEx 2023 (4)

Klimaatmitigatie (5)

Klimaatadaptatie (6)

Water (7)

Verontreiniging (8)

Circulaire economie (9)

Biodiverssiteit (10)

Klimaatmitigatie (11)

Klimaatadaptatie (12)

Water (13)

Verontreiniging (14)

Circulaire economie (15)

Biodiverssiteit (16)

Minimuumgaranties (17)

Aandeel van op taxonomie afgestemde (A.1.) of ervoor in aanmerking komende (A.2.) CapEx 2022 (18)

Categorie faciliterende activiteit (19)

Categorie transi- tieonder- steunde activiteit (20)

Tekst

Valuta

%

J; N; niak

J; N; niak

J; N; niak

J; N; niak

J; N; niak

J; N; niak

J/N

J/N

J/N

J/N

J/N

J/N

J/N

%

F

T

A.

VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN (IAK)

A.1.

Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd)

Transmissie en distributie van elektriciteit

4.9

0

0%

J

N

niak

N

N

N

n.v.t.

N

n.v.t.

J

J

N

N

0%

F

Vervoer met motorfietsen, personenauto's en lichte bedrijfswagens

6.5

0

0%

J

N

niak

N

N

N

n.v.t.

N

n.v.t.

N

N

n.v.t.

N

0%

F

Verwerving en eigendom van gebouwen

7.7

0

0%

J

N

niak

N

N

N

n.v.t.

N

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

N

0%

F

CapEx ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1)

0

0%

100%

0%

0%

0%

0%

0%

n.v.t.

N

n.v.t.

J

J

N

N

0%

Waarvan faciliterend

0

0%

100%

0%

0%

0%

0%

0%

n.v.t.

N

n.v.t.

J

J

N

N

0%

F

Waarvan transitieondersteunend

0

0%

0%

n.v.t.

N

n.v.t.

J

J

N

N

0%

T

A.2.

Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten

iak; niak

iak; niak

iak; niak

iak; niak

iak; niak

iak; niak

Transmissie en distributie van elektriciteit

4.9

607

72%

iak

niak

niak

niak

niak

niak

64%

Vervoer met motorfietsen, personenauto's en lichte bedrijfswagens

6.5

11

1%

iak

niak

niak

niak

niak

niak

1%

Verwerving en eigendom van gebouwen

7.7

0

0%

iak

niak

niak

niak

niak

niak

0%

CapEx van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2)

618

73%

73%

0%

0%

0%

0%

0%

65%

A.

CapEx van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1 + A.2)

618

73%

73%

0%

0%

0%

0%

0%

65%

B.

NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN (NIAK)

CapEx niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten

227

27%

TOTAAL

844

100%

Boekjaar 2023

Jaar

Criteria inzake substantiële bijdrage

GEAD-criteria ("geen ernstige afbreuk doen aan")

Economische activiteiten (1)

Code (2)

OpEx
(3)

Aandeel OpEx (4)

Klimaatmitigatie (5)

Klimaatadaptatie (6)

Water (7)

Verontreiniging (8)

Circulaire economie (9)

Biodiverssiteit (10)

Klimaatmitigatie (11)

Klimaatadaptatie (12)

Water (13)

Verontreiniging (14)

Circulaire economie (15)

Biodiverssiteit (16)

Minimuumgaranties (17)

Aandeel van op taxonomie afgestemde (A.1.) of ervoor in aanmerking komende (A.2.) OpEx 2022 (18)

Categorie faciliterende activiteit (19)

Categorie transi- tieonder- steunde activiteit (20)

Tekst

Valuta

%

J; N; niak

J; N; niak

J; N; niak

J; N; niak

J; N; niak

J; N; niak

J/N

J/N

J/N

J/N

J/N

J/N

J/N

%

F

T

A.

VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN (IAK)

A.1.

Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd)

Transmissie en distributie van elektriciteit

4.9

0

0%

J

N

niak

N

N

N

n.v.t.

N

n.v.t.

J

J

N

N

0%

F

OpEx ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1)

0

0%

100%

0%

0%

0%

0%

0%

n.v.t.

N

n.v.t.

J

J

N

N

0%

Waarvan faciliterend

0

0%

100%

0%

0%

0%

0%

0%

n.v.t.

N

n.v.t.

J

J

N

N

0%

F

Waarvan transitieondersteunend

0

0%

0%

n.v.t.

N

n.v.t.

J

J

N

N

0%

T

A.2.

Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten

iak; niak

iak; niak

iak; niak

iak; niak

iak; niak

iak; niak

Transmissie en distributie van elektriciteit

4.9

65

64%

iak

niak

niak

niak

niak

niak

62%

OpEx van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2)

65

64%

64%

0%

0%

0%

0%

0%

62%

A.

OpEx van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1 + A.2)

65

64%

64%

0%

0%

0%

0%

0%

62%

B.

NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN (NIAK)

OpEx niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten

37

36%

TOTAAL

102

100%

Toelichting (financiële) begrippen

Onderstaande begrippen zijn ontleend aan de Toelichting Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/4987 (Annex I), waar de inhoud van de te rapporten KPI's verder wordt uitgelegd.

Omzet

De totale omzet onder de EU Taxonomie sluit aan bij de IFRS verslaggevingsstandaarden en is daarmee gelijk aan de totale omzet zoals opgenomen in de jaarrekening onder noot [4] ‘Netto-omzet’.

Kapitaaluitgaven (CapEx)

De totale kapitaaluitgaven onder de EU Taxonomie betreffen de investeringen in materiële vaste activa (noot [13] in de jaarrekening), alsmede door acquisitie verkregen materiële vaste activa (noot [13] in de jaarrekening, indien van toepassing), de investeringen in immateriële vaste activa (noot [14] in de jaarrekening) en de toevoegingen aan het gebruiksrecht actief (IFRS 16) (noot [15] in de jaarrekening).

Operationele uitgaven (OpEx)

De operationele uitgaven onder de EU Taxonomie worden gedefinieerd als directe niet-geactiveerde kosten die betrekking hebben op het onderhoud en de reparatie van activa, leaseovereenkomsten van korte duur en alle andere directe uitgaven in verband met het dagelijkse onderhoud van materiële vaste activa door de onderneming of door derden waaraan activiteiten zijn uitbesteed die nodig zijn voor een continu en doeltreffend functioneren van dergelijke activa. Stedin heeft op basis van deze definitie enkel de uitgaven van onderhoud en storingen geclassificeerd als operationele uitgaven onder de EU Taxonomie.

'Dubbeltelling'

De duurzame activiteiten kennen geen overlap. In het bepalen van de omzet, CapEx en OpEx bestaat dus geen risico op dubbeltelling.