Stakeholderdialoog en omgeving

Als netbeheerder hebben we een centrale rol in de energie­keten en dus in de energietransitie. Daarom is de dialoog en samenwerking met onze stakeholders essentieel. Door met klanten het gesprek te voeren, weten we welke klantvraag op ons afkomt. We vertellen over de resultaten gegroe­peerd naar de volgende drie onderwerpen: gebouwde omgeving, mobiliteit en industrie.

1. Gebouwde omgeving

Het verduurzamen van de gebouwde omgeving is een com­plexe puzzel die niet alleen technische uitdagingen biedt, maar ook een sociale transitie is. Door bij te dragen aan de Regionale Energiestrategieën, Transitievisies Warmte en Proeftuinen voor aardgasvrije wijken is Stedin actief betrokken. Ook werken we hard aan het realiseren van innovaties zoals het verwarmen van woningen met duurzame gassen zoals waterstof.

Regionale Energiestrategieën (RES)

Groei in energieopwek zette in 2021 onverminderd door

Ook in 2021 heeft de stijging van de hoeveelheid duurzaam opgewekte energie doorgezet. Alleen al op daken van woningen, is het vermogen van zonnepanelen met maar liefst 28% gegroeid. Dergelijke stormachtige groeicijfers vertegenwoordigen goed de snelheid en de omvang van de veranderingen in het energiesysteem. De groei vindt op alle plekken in het net plaats en vraagt op verschillende plekken in het net om verschillende oplossingen.

Vanuit de afspraken uit het Klimaatakkoord op het gebied van elektriciteit en gebouwde omgeving ontwikkelt elke regio een RES. In 2021 hebben de 14 RES-regio’s waarin Stedin en Enduris betrokken zijn hun plannen nader vormgegeven samen met onder andere provincie, gemeenten en water­schappen. Van de 11,3 TWh die we in totaal tot 2030 in ons verzorgingsgebied moeten aansluiten, is ongeveer 33% al gerealiseerd, 18% zit in de ‘pijplijn’ en ongeveer de helft (49%) is nog ambitie en moet nog worden uitgewerkt. Dat is een enorme opgave.

Dienstverlening aan RES-regio’s

Stedin neemt actief deel aan overleggen in RES-regio’s. Daarbij brengen we kennis in over de opbouw van het net en laten we met kansenkaarten zien waar het huidige net nog extra opwek kan faciliteren. Het doel is om het bestaande net zo goed mogelijk te benutten en netuitbreidingen te kunnen plannen en voorbereiden. Voor alle RES-regio’s hebben we netimpactanalyses uitgevoerd. Daarmee stellen we voor het voorgestelde scenario vast hoeveel ruimte, tijd en inves­te­ringen nodig zijn om de netuitbreidingen te realiseren. Daarnaast werken we aan een sterke (bestuurlijke) relatie die nu en in de toekomst helpt bij het versneld realiseren van netuitbreidingen.

RES 1.0 opgeleverd

Op 1 juli 2021 hebben de RES-regio’s hun eerste energie­strategie opgeleverd aan het Rijk: de RES 1.0. Uit de analyse van de RES 1.0 door netbeheerders blijkt dat het afgesproken Nederlandse klimaatdoel van 35 terawattuur (TWh) duurzame opwek op land haalbaar is, mits alle partijen nu samen de RES-opgaven concretiseren en uitvoe­rings­programma's opstellen voor het aanpassen, ruimtelijk inpassen en realiseren van infrastructuur.

Optimaal benutten van onze netten

In de RES-regio’s is het zo efficient mogelijk benutten van de netten uitdagend. Dit is een belangrijk onderdeel van de ener­gie­­strategie. Regio’s kiezen vanwege de ruimtevraag en draagvlak veelal voor een groot aandeel opwek uit zon (71% van het in de RES'en opgenomen vermogen), met name zon-op-dak, en relatief weinig voor windenergie (29%). De conse­quentie hiervan is dat extra energie-infrastructuur nodig is.

Samenwerking met omgeving nóg belangrijker

In de volgende fase gaat Stedin samenwerken met de RES-regio’s aan uitvoeringsplannen voor de RES 1.0. Daarbij gaat het om het verder bepalen op welke plekken duurzame opwek plaatsvindt, waar opslag en transport (zowel boven- als ondergronds) en warmte wordt ingepast in de omgeving, het borgen hiervan in de Omgevingswet en het met elkaar afstemmen van planningen, opweklocaties en de planning van uitbreidingen van energie-infrastructuur. Dit vraagt om participatie in een vroegtijdig stadium, waarbij we rekening houden met de betaalbaarheid en met voldoende draagvlak.

Innovatie: energiegemeenschappen

We werken in meerdere proeftuinen samen met energiegemeenschappen. Van huishoudens tot industrieterreinen. Initiatieven als Hoog Dalem in Gorinchem, Coöperatie Sterk op Stroom in Den Haag, Eemnes en Greenparc in Bleiswijk hebben een gemeen­schappelijk doel: zo veel mogelijk lokaal opge­wekte duurzame energie lokaal consumeren. Stedin werkt hier graag aan mee, want iedere kilowattuur die lokaal wordt geconsumeerd draagt bij aan het terugbrengen van de maatschappelijke uitgaven. Zowel leden van de energie­gemeenschap als Stedin werken aan het slim afstemmen van energieverbruik en -opwek. Het gebruiken van block­chain technologie helpt om lokaal opgewekte energie ook lokaal te consumeren.

Spanningskwaliteit: een groeiend aandachtspunt

Met name in de laagspan­nings­netten in buitengebieden en dorpen kan de toename van zonnepanelen leiden tot een te hoge spanning op kabels. Het aantal klanten dat hier pro­ble­men mee ervaart neemt toe. Ze merken bijvoorbeeld dat omvormers van zonnepanelen afschakelen waardoor ze een gedeelte van de opbrengst van hun zonne­panelen mis­lopen. Bij veel energieverbruik kan juist een te lage spanning ont­staan. Dan kan apparatuur om veilig­heids­redenen uit­val­len. Klanten kunnen problemen met de spannings­huishouding bij ons melden, maar niet alle klanten zijn zich hier bewust van.

Pilot in Hoeksche Waard

In 2021 heeft een pilot plaatsgevonden waarbij data van de slimme meter gebruikt is om vast te stellen of de spanning te hoog of te laag is. Deze pilot was succesvol. De pilot gaf een veel vollediger beeld van de spannings­problematiek dan op basis van de meldingen van klanten. Door dit inzicht zijn we beter in staat om passende oplossingen te bepalen en in te plannen (bijvoorbeeld door deze te combineren met andere werkzaamheden). In 2022 zetten we in op verdere opschaling en gebruik van deze gegevens. Daarvoor moet nog wel duidelijk worden of we de gegevens van de slimme meter voor dit doel mogen gebruiken en hoe we ermee moeten omgaan zodat de privacy van klanten geborgd is.

Warmtetransitie

Alternatieven voor bestaande bouw

Het leeuwendeel van de 99 gemeenten in ons werkgebied hebben eind 2021 een transitievisie warmte opgeleverd. Hierin beschrijven ze hoe ze de overstap naar duurzaam en aardgasvrij verwarmen en koken willen realiseren binnen hun gemeente. Onze gebiedsregisseurs en accountmanagers hebben gemeenten actief ondersteund bij het maken van keuzes. Zij blijven dit doen in het vervolgtraject rond wijk­uitvoeringsplannen, waar ze de keuzes definitief maken. In totaal gaat het om 3.500 wijken in ons verzorgingsgebied.

Openingsbod en Stedin Gebiedsanalysetool

Wij helpen met het Openingsbod en de Stedin Gebieds­­­analysetool om te bepalen in welke buurten of gebou­wen­clusters het slim is om te starten met de warmtetransitie. In het Openingsbod doen we dit door drie gerenommeerde modellen (Vesta Mais, CEGOIA en het Energietransitiemodel) over elkaar heen te leggen en naar verschillende energietoe­komst­en te kijken. Naast Stedin en Enduris is in 2021 ook netbeheerder Capturam, voor het gebied van netbeheerder Westland Infra, aangesloten bij het Openingsbod. In mei introduceerden we de Gebiedsanalysetool. Die han­teert dezelfde methodiek als het Openingsbod, maar met een nieuwe gebiedsindeling als basis. Een algoritme groepeert vergelijkbare panden waar­door clusters ontstaan die kleiner zijn dan buurten. Dit biedt meer concrete handvatten aan gemeenten. Zij ver­wacht­en dat de Gebiedsanalysetool een belangrijke rol zal spelen in de vervolgfase van de Transitievisies Warmte: de wijkuitvoeringsplannen.

Quickscan Netimpact

Stedin geeft gemeenten en gebouweigenaren zoals woningbouwcorporaties inzicht in de impact van plannen op het elektriciteitsnet. Zo maken we met de Quickscan Netimpact globaal inzichtelijk of plannen direct kunnen doorgaan, of dat Stedin eerst werkzaamheden moet uitvoeren. Wanneer we aan de slag moeten, geven we een indicatie van de verwachte doorlooptijd en benodigde ruimte voor distributiestations. Tegelijkertijd geven de plannen Stedin steeds beter inzicht in de ontwikkeling van de warmtetransitie. Hiermee kunnen we onze investerings­prognose verfijnen, en toetsen of onze verwachtingen aansluiten bij wat er gebeurt in de praktijk.

Proeftuinen Aardgasvrije Wijken

De overheid stimuleert het verduurzamen van de gebouwde omgeving met verschillende subsidies en programma’s. 7 van de 27 proeftuinen in de eerste ronde van het Programma Aardgasvrije wijken liggen in het Stedin-gebied, en van de 19 in de tweede ronde zijn dat er 3 (Goeree-Overflakkee, Rotter­dam en Pijnacker-Nootdorp). Stedin is bij alle proef­tuinen actief betrokken. Elke wijk kent een eigen dynamiek en fase van planvorming en beweegt op zijn eigen tempo.

Hybride warmtepompen

Naast de proeftuinen is er aandacht voor individuele routes richting aardgasvrije woningen. Huiseigenaren en woning­bouw­coöperaties maken dan een eigen afweging om woningen aardgasvrij te maken door te isoleren en het plaatsen van een (hybride) warmtepomp. Stedin ondersteunt deze routes door samen met Techniek Nederland, Natuur & Milieu en de Nederlandse Vereniging van Duurzame Energie deel te nemen aan de Coalitie Hybride Route, die als doel heeft om 100.000 hybride warmtepompen per jaar te plaatsen.

Aardgasvrije woningen

Het aantal gasverwijderingen voor verduurzaming in het werkgebied van Stedin is in 2021 met 170% gegroeid naar 12.003 (2020: 4.448/2021: 12.484 incl. DNWG). In 2021 is 90% (2020:89%) van de aan­ge­vraagde aansluitingen voor nieuwbouwwoningen in ons werkgebied aardgasvrij.

Collectievendesk

Bij de Collectievendesk kunnen energiecollectieven terecht met vragen over subsidieregelingen, terugleveraansluitingen en meters. In 2021 heeft Stedin 26 projecten van energie­collectieven en 7 van VvE's aangesloten en hiervoor terug­levering op het net gerealiseerd (2020: 20). In Zeeland waren dat er 8 (2020: 14).

Innovatie: Ruimtelijke uitdaging in Utrecht

Tot 2050 moeten we alleen al in de stad Utrecht zo’n 1.000 nieuwe distributiestations plaatsen. Het inpassen van al deze stations in de beperkte bestaande open­bare ruimte is een complexe uitdaging. Stedin en de gemeen­te Utrecht hebben in een “inno­vatie­versneller” deze uitdaging beetgepakt. Dit heeft ertoe geleid dat we in de aanbesteding voor toe­­komstige distri­butie­­ruimtes “inpassing in de ruimte” veel nadrukkelijker meenemen. Denk aan kleurstelling om een uniform aanzicht te creëren. Maar we bouwen ook compacter en hebben de mogelijkheid om bij­voor­beeld voor de gevel van een station dezelfde bakstenen te gebruiken als gebruikelijk in de wijk waarin het station wordt geplaatst.

Innovatie: waterstof

Ons gasnetwerk is van grote maatschappelijke en econo­mische waarde. Het verwarmen van woningen met duurzame gassen zoals waterstof kan in de toekomst een goed alter­n­atief zijn naast volledig elektrisch verwarmen en warmte­netten. Zo geven wij ons gasnetwerk een tweede leven. Om waterstof als volwaardig alternatief in te zetten, is het be­lan­grijk om nu kennis en ervaring op te doen met de dis­tri­bu­tie van water­stof. Dat doen we in de volgende projecten.

Stad aan ‘t Haringvliet

In 2021 heeft Stedin samen met partners het onderzoek voortgezet naar de mogelijkheden om met ingang van 2025 in Stad aan ’t Haringvliet niet meer met aardgas maar met waterstof te verwarmen, gebruikmakend van het bestaande aardgasnet. Met de landelijke overheid is een Green Deal gesloten om beleidshobbels weg te nemen. Met diverse relevante stakeholders is een brede nationale coalitie gesmeed waaruit een systeemontwerp is voortgekomen dat veiligheid en leveringszekerheid afdoende borgt.

Ombouwproeven

Na de succesvolle ombouwproef in Uithoorn, waarbij het bestaande gasnet en 14 woningen tijdelijk omgezet zijn van aardgas naar waterstof, zijn we in 2021 gestart met de voorbereidingen van een vervolgproject: de ombouw van een zogenaamde inspiratiewoning in Stad aan ’t Haringvliet. Deze gaat van aardgas naar waterstof. De demonstratie is begin 2022.

Samenwerkingsverbanden: The Green Village en HyDelta

Sinds begin 2021 staat het gasnet op The Green Village in Delft op waterstofdruk. We hebben kleine tests en validatie­proeven uitgevoerd om uit te vinden hoe waterstof en het gasnet zich gedragen in een statische situatie. HyDelta is een landelijk onderzoeksprogramma gericht op de veilige toepassing van waterstof in de bestaande gas­infra­structuur. Deelnemende partijen zijn DNV, Gasunie, Kiwa, New Energy Coalition, Netbeheer Nederland, TKI Nieuw Gas en TNO. De eerste resultaten zijn in 2021 opgeleverd en zijn positief.

Energiesysteem

De activiteiten die Stedin ontplooit met waterstof zijn geheel in lijn met de aanbevelingen uit de onlangs uitgebrachte Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050 (II3050). Hierin wordt het energiesysteem integraal bekeken en geen enkele energiedrager uitgesloten.

Missie H2: Nederland waterstofland

In augustus 2019 trad Stedin Groep toe tot Missie H2, een coalitie van 7 partijen met als doel waterstof in Nederland te promoten. Dit deed Missie H2 door spon­soring van TeamNL tijdens de olympische spelen in Tokio met de boodschap: Samen maken wij Nederland Waterstofland. Wij willen met de deelname meer bekendheid realiseren voor de rol die het gasnet in de energietransitie kan blijven spelen. Uit onderzoek door diverse bureaus blijkt dat door deze campagne de bekendheid met Missie H2 is toegenomen van 6% naar 21%. De bekendheid met waterstof ging omhoog van 9% naar 16%. Ook is de bekendheid met waterstofgebruik in industrie en gebouwde omgeving toegenomen (van 51% naar 72% voor gebouwde omgeving).

2. Mobiliteit

Het afgelopen jaar is het aantal elektrische voertuigen in Nederland met 40% gegroeid naar 381.815. In het Kli­maat­akkoord is afgesproken dat er in 2030 in Nederland 1,7 miljoen laadpalen moeten zijn gerealiseerd voor 1,9 miljoen elektrische personenauto’s. Dat illustreert de opgave waar we als netbeheerders de komende jaren voor staan.

Groei aantal aansluitingen kleinverbruik voor laadinfrastructuur

De groei van het aantal kleinverbruikaansluitingen voor laadinfrastructuur is vanaf eind 2020 met 39% toegenomen naar 2.791. In tegenstelling tot voorgaande jaren is hierin voor de jaren 2019, 2020 en 2021 ook de groei bij Enduris meegenomen. Wij rapporteren over de groei van het aantal kleinverbruikaansluitingen omdat Stedin, als netbeheerder, de infrastructuur voor de aansluiting verzorgt. Wij hebben geen exact inzicht in het aantal laadpunten dat op een aansluiting wordt gerealiseerd.

Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL)

De NAL is een meerjarig uitvoeringsprogramma dat voort­komt uit het Klimaatakkoord. Dit betreft laadpunten op de eigen oprit en bij bedrijven en (semi)publieke laadpunten en snelladers. Het programma omvat ook de installatie van laadinfrastructuur voor de logistieke sector. Om te voor­komen dat er piekbelastingen ontstaan op het laag­spanningsnet, zijn slimme oplossingen nodig die mede door de NAL worden ontwikkeld. Slim laden heeft in meerdere proeftuinen en systeempilots bewezen goed te werken. De volgende stap is een landelijk uniform marktmodel dat netbeheerders ondersteunen met nieuwe, (semi)variabele kleinverbruikerstarieven. Door de invoering van zero-emissiezones moet ook de logistieke sector elektrificeren. Stedin doet samen met ElaadNL onderzoek naar de daarvoor benodigde netcapaciteit op bedrijven­terreinen en langs goederencorridors.

Innovatie: slim laden

Slim laden houdt in dat een elektrische auto zoveel mogelijk wordt opgeladen op tijden dat er voldoende duurzame energie beschikbaar is tegen de laagste prijs. Zo zorgen we ervoor dat het elektriciteitsnetwerk in balans blijft en voorkomen we onder meer dat we nog meer elektriciteit verbruiken tijdens piekperiodes.

In vijf verschillende proeftuinen in de regio Utrecht is het systeem getest en doorontwikkeld. Zo is een duurzaam energiesysteem op wijkniveau gecreëerd. Lokaal opgewekte energie wordt opgeslagen in elektrische (deel)auto’s. Via een slimme laadpaal kan de energie op een later moment worden teruggeleverd aan de wijk. Inmiddels zijn meer dan 800 van deze slimme laadpalen geplaatst.

Slim laden heeft de toekomst en is cruciaal voor het optimaal laten werken van het energienetwerk. Lees hier de position paper Houd de energietransitie betaalbaar - maak slim laden de norm.

Prognoseproces laadinfrastructuur voor netimpact

Regionale overheden maken op basis van afspraken over laadinfrastructuur in het Klimaatakkoord en de NAL plannen voor laadinfrastructuur in hun regio/gemeente. De netbeheerders hebben inzicht in deze plannen nodig (wat, waar, wanneer) om de impact ervan op het elektriciteitsnet te bepalen en de benodigde netcapaciteit en investeringen vast te stellen. De NAL-regio is verantwoordelijk om prognoses aan de netbeheerders te leveren. Vervolgens

rekenen de netbeheerders deze prognoses tegelijkertijd door met die van de RES en wordt er een impactrapportage per NAL-regio opgesteld met de specifieke impact van laadinfrastructuur. De eerste rapportage is in 2021 afgerond en delen we begin 2022 met de regio’s.

Aansluitspecificaties en keuring

Nieuwe publieke laadpalen met een geïntegreerde netaansluiting moeten voldoen aan netbeheerderseisen: de laadpalen moeten in staat zijn om slim te kunnen laden. Dit jaar is een geactualiseerde versie van deze specificaties geïmplementeerd. Er zijn verschillende nieuwe laadpalen gekeurd en veilig bevonden. De grootste vooruitgang in de nieuwe aansluitspecificaties is dat er nu een onderbouwing gevraagd wordt voor de toegankelijkheid van de slimme meter in laadpalen. Daarnaast is de door de netbeheerders gezamenlijk uitgeschreven aanbesteding van de compacte aansluitkast dit jaar gegund. Met dit innovatieve product kan de aansluittijd in de openbare ruimte met 50% gereduceerd worden. Volgend jaar komt deze aansluitkast in alle kleinverbruikobjecten in de openbare ruimte.

Aanbestedingen gemeente Rotterdam

De groei van het aantal aansluitingen van publieke laadpalen is groot: van 18.000 e-rijders zonder oprit in 2020 naar 135.000 in 2030. De uitdaging is groot: het betekent voor de gemeente Rotterdam in 2021 al een verhoging van het aantal plaatsingen van laadpalen van 60% (van 800 plaatsingen in 2020 naar 1.300 in 2021).

De gemeente Rotterdam heeft een nieuwe aan­be­steding gedaan voor deze duizenden openbare laadpalen. Daaraan doen 29 andere Zuid-Hollandse gemeenten mee. ENGIE plaatst de laadpalen op basis van de verwachte vraag, en niet alleen na een concrete aanvraag. Daarmee willen de gemeenten doorlooptijden verkorten. Snelheid is ook geboden, omdat de markt voor tweedehands elektrische auto’s opkomt, waarbij gebruikers meteen over een auto beschikken en dus meteen willen laden. Stedin is vanaf het begin bij deze aanbesteding betrokken. Dat heeft ertoe geleid dat in de aanbesteding de belangen van Stedin zijn meege­nomen. Alle laadpalen worden bijvoorbeeld geschikt voor slim laden en de toepassing ervan wordt in afstemming met o.a. Stedin vormgegeven. Dit betekent dat op bepaalde momenten en (kritieke) locaties rekening wordt gehouden met de beschikbare capaciteit van het net. Hiermee voorkomen we onnodige investeringen en benutten we het net efficiënt.

3. Industrie

Om de klimaatdoelen voor de industrie te behalen, moet de benodigde energie-infrastructuur tijdig beschikbaar zijn. Binnen het Stedin verzorgingsgebied ligt de meest energie-intensieve regio van Nederland – de haven van Rotterdam. Maar ook daarbuiten zit veel industrie waarvoor nieuwe infrastructuur noodzakelijk is om hun transitieplannen waar te maken.

Haven en Industrieel Complex Rotterdam (HIC)

Het industriële cluster Rotterdam – Moerdijk is momen­teel verantwoordelijk voor 17% van de CO2-uitstoot van Neder­land. In 2030 wordt, zoals aangegeven in het ‘cluster­plan Industriecluster Rotterdam-Moerdijk’, een jaarlijkse CO2-reductie verwacht van ± 2,5 Mt als gevolg van elektrificatie in de industrie. Om deze elektrificatie mogelijk te maken werkt Stedin nauw samen met de verschillende stakeholders binnen het Haven en Industrieel Complex (HIC).

Een voorbeeld daarvan is de Werkgroep Energie Infra­structuur. Het Havenbedrijf Rotterdam, Stedin, Deltalinqs, TenneT, Gasunie, Provincie Zuid-Holland, Gemeente Rotterdam en het Institute for Sustainable Process Technology (ISPT) kaarten effectief belemmeringen aan op het gebied van infrastructuurontwikkeling. Hiervoor zijn overzichten en instrumenten ontwikkeld die tot een betere afstemming tussen industrie en netwerkbedrijven TenneT, Gasunie en Stedin leiden.

Project Gridmaster: Ontwikkelen van adaptieve investeringsstrategieën

Dit project heeft als doel om modellen en methoden te koppelen waarmee we in staat zijn de vele onzekerheden binnen de transitie van de industrie te verkennen. Het project geeft inzicht in mogelijke transitiepaden, de benodigde infrastructuur en bijpassende investeringsstrategieën. Partijen hebben in 2020 de samenwerkingsovereenkomst getekend en zijn in 2021 gestart met de uitvoering van dit project. Deelnemende partijen zijn Stedin, TenneT, Gasunie, Havenbedrijf Rotterdam, Provincie Zuid-Holland, Gemeente Rotterdam, SmartPort, TU Delft, Siemens, Quintel en TNO. De scenario’s zijn uitgebreid ten opzichte van die uit het masterplan, waarmee meer moge­lijk­heden worden verkend voor uitbreidingen in elektriciteits-, aardgas-, warmte- en waterstofnetten. De eerste passende investeringstrajecten zijn uit de computermodellen gerold en beoordeeld door de experts. En dat is de opmaat voor volledig geautomatiseerde bere­ke­ningen, waardoor ook Stedin solide en toe­komst­gerichte investeringen kan gaan doen.

Masterplan: een haven vol nieuwe energie – huidige ontwikkelingen

In 2019 heeft Stedin samen met het Havenbedrijf Rotterdam & TenneT het masterplan “een haven vol nieuwe energie” opgeleverd. Dit masterplan heeft een aantal toekomstige knelpunten geïdentificeerd in het elektriciteitsnet, op basis van toekomstscenario’s ontwikkeld met het Wuppertal Institut. Inmiddels zijn er onder andere op basis van dit masterplan zes grote investeringen in het net in voorbereiding of uitvoering, waaronder een volledig nieuw station in Europoort.

Project Energiemix Studie

In de Energiemix Studie brengen we de potentiële veranderingen in kaart van het energie- en grond­stoffen­systeem van ongeveer 30 bedrijven in het HIC. In 2021 is de laatste fase van dit project uitgevoerd door TNO en Deltalinqs in opdracht van Stedin en het Havenbedrijf Rotterdam. De resultaten van de studie bestaan uit een “business as usual” transitiepad tot 2030 en drie transitiepaden voor de periode daarna; CCS (CO2-afvang en -opslag), waterstof en elektri­f­icatie. In alle 4 de scenario’s voorzien we een forse toename van de elektriciteitsvraag. In de tweede helft van 2021 heeft de provincie Zuid-Holland opdracht gegeven om een model te ontwikkelen dat de resultaten van de Energie­mix Studie gebruikt. Dit model geeft inzicht in de impact en timing van de transitiepaden voor de (benodigde) energie-infrastructuur in de haven. De resultaten van dit model kunnen Stedin helpen om toekomstige knelpunten te identificeren.

Cluster Energie Strategieën & Data Safehouse

In 2021 zijn de eerste Cluster Energie Strategieën (CES) geschreven. In de CES’en delen onze industriepartners de verwachte toekomstige energiebehoefte van hun transi­tie­plannen. Deze helpen ons weer bij het plannen van de infrastructuur. De CES’en worden in 2022 en verder steeds vernieuwd en aangescherpt. Er zijn twee CES'en in ons werkgebied. Rotterdam-Moerdijk en Schelde-Deltaregio. Daarnaast is er de niet-regiogebonden CES van de decentrale industrie.

CES Rotterdam - Moerdijk

De CES Rotterdam-Moerdijk is geschreven door een werkgroep bestaande uit het Havenbedrijf Rotterdam, Deltalinqs, provincie Zuid-Holland, Havenbedrijf Moerdijk en Stedin. In deze CES zijn zes kernprojecten geïdentificeerd, waaronder het verzwaren van het elektriciteitsnet volgens het masterplan (zie het kader). In het Programma Infrastructuur Duurzame Industrie van het ministerie van EZK wordt beoordeeld of deze projecten meegaan in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie & Klimaat, om zo de uitvoering te versnellen.

CES Schelde- Deltaregio

Het industriecluster Schelde-Deltaregio strekt zich over de grens uit tot Oost-Vlaanderen en heeft haar eigen samen­werkings­verband: Smart Delta Resources (SDR). Het SDR bestaat uit Dow, Trinseo, Yara, Zeeland Refinery, PZEM, Lamb Weston/Meijer, Ørsted, ArcelorMittal, North Sea Port en Provincie Zeeland. Stedin Groep werkt hier samen met SDR en netbeheerders Enexis, TenneT en Gasunie.

Zon-op-dak in Haven Vlissingen

Verbrugge Terminals heeft samen met Kieszon in de haven van Vlissingen het grootste zon-op-dakproject ter wereld gerealiseerd. Op de terminaldaken van Verbrugge zijn 140.000 panelen gelegd, goed voor 50MW. Dat is 7% van de Zeeuwse RES-doelstelling voor zonne-energie. Om die aansluiting mogelijk te maken, is er een boring uitgevoerd van 50 meter diep over een lengte van 1,5 kilometer onder de havens door. Het project is aangesloten op het vernieuwde hoofdverdeelstation in de haven.

Decentrale industrie

Ook voor de industrie die buiten het HIC ligt, komt een CES. (“Cluster zes - de decentrale industrie ”). De toekomstige energie-infrastructuurbehoefte voor deze bedrijven is lastiger te bepalen, juist door hun decentrale karakter. Voor deze bedrijven is meer ‘maatwerk’ nodig. Via webinars heeft

Stedin samen met de andere netbeheerders gewerkt aan een betere samenwerking met en bewustwording bij de bedrijven over wat er komt kijken bij hun transitieplannen.

Uit de eerste CES van cluster zes verwachten we geen informatie die direct tot aanpassingen van onze investe­rings­plannen leidt. In 2022 volgt een verdere analyse om een goede langetermijnvoorspelling te maken van de infrastructuurbehoefte van deze bedrijven.

Data Safe House

Een belangrijke voorwaarde voor een goede CES is betrouw­bare technische en planningsdata over aankomende industriële projecten en ontwikkelingen. Een “data safe house” (DSH) biedt een vertrouwelijke en veilige omgeving voor de uitwisseling van data over voorgenomen investeringen.

Stedin heeft in 2021 samen met Deltalinqs, Havenbedrijf Rotterdam en het ministerie van EZK een haal­baar­heids­studie succesvol uitgevoerd voor het ont­wikkelen van een DSH. Met een groep van 5 industriële partijen en drie netbeheerders is verder gewerkt aan het juridisch kader, het bestuur en de inrichting van het DSH. Eind 2021 is het DSH live gegaan. Nu kunnen we zien of deze constructie leidt tot hogere voorspelbaarheid en planbaarheid van de infrastructuurbehoefte. Als het DSH succesvol blijkt, kan dit tot landelijke toepassing leiden.

Uitbreiding Maasvlakte: Station Yangtzekanaal en aanleg NoordRing 66 kV

De enorme groei van de klantvraag (zowel opwek als belasting) op de Maasvlakte is de aanleiding om de capaciteit uit te breiden. Met de beoogde 66 kV-Noordring fase 1 en de bouw van een 66 /25/23 kV-station nabij het Yangtzekanaal kunnen we nieuwe klanten aansluiten. De noordzijde van de Maasvlakte (het bestaande Stedin Station Maasvlakte) halen we ook naar dit nieuwe station Yangtzekanaal. Hierdoor ontstaat er weer ruimte op het bestaande hoog­spannings­station om initiatieven op aan te sluiten. In de volgende fase van de Noordring sluiten we een compressorstation voor CO2-opslag aan .Fase 3 van de Noordring hebben we ook al ontworpen, die leggen we aan zodra de klantvraag concreter is.