Ontw­ik­keling­en in sa­men­le­ving en ener­gie­markt

Diverse ontwikkelingen hebben invloed op Stedin Groep. We beschrijven de belangrijkste invloeden die een rol spelen in onze strategische keuzes en bedrijfsvoering.

De energietransitie versnelt merkbaar en het Klimaatakkoord krijgt invulling in de vorm van Regionale Energiestrategieën (RES), Cluster Energiestrategieën (CES), transitievisies warmte en andere plannen. Toch gaat het nog niet snel genoeg, en de politiek en beleidsmakers hebben dat beeld bevestigd op de klimaatconferentie in Glasgow afgelopen november. De Europese Unie heeft in 2021 haar doelen naar boven bijgesteld en streeft nu naar 55% netto vermindering van uitstoot van broeikasgas in 2030 ten opzichte van 1990. Daarvoor heeft de Europese Commissie het maatregelen­pakket Fit for 55 gepresenteerd. Ook de Nederlandse overheid heeft in het regeerakkoord ambitieuzere doelen geformuleerd. In de Klimaatwet is 55% vermindering als doel opgenomen en in het beleid wordt uitgegaan van 60% reductie.

De sector

We zien grootschalige duurzame opwek vorm krijgen op zee en land. Windparken op zee worden ontwikkeld met ‘aanlandingspunten’ op het hoogspanningsnet. Op land zien we wind- & zonneparken terugkomen in de RES. Het totale vermogen van zonnepanelen op daken van woningen is in 2021 bijvoorbeeld met 28% gegroeid. De gebouwde omgeving is en blijft een complex speelveld, gelet op de diversiteit van de gebouwen en van de stakeholders, maar ook vanwege de vaak hoge kostprijs voor verduurzaming. In het werkgebied van Stedin en Enduris heeft een ruime meerderheid van de gemeenten een transitievisie warmte, maar de stap naar het concretiseren in projecten moet vaak nog worden gezet. Een goed geslaagd voorbeeld is het Zeeuwse Uitvoerings­pro­gramma RES 1.0. In dit programma hebben we samen­gewerkt met gemeenten, het Zeeuwse MKB, de provincie, maatschappelijke organisaties en het waterschap om prioriteiten te bepalen. Dit uitvoeringsplan beschrijft de doelen en projecten waar minimaal de komende twee tot drie jaar op ingezet wordt om in 2030 de klimaatdoelen te halen. Aan de industriële kant zijn we betrokken bij de CES van onder andere Rotterdam-Moerdijk en Terneuzen. Voor beide zijn er plannen met concrete projecten die de komende 5-7 jaar gerealiseerd worden. De impact hiervan is voor een belangrijk deel op het hoogspanningsnet van TenneT. Het deel dat voor op ons betrekking heeft, past vooralsnog binnen de scenario’s die we hadden voorzien. De impact van het regeerakkoord hierop zal nog moeten blijken.

De toename in elektrisch vervoer is duidelijk merkbaar. De laadinfrastructuur groeit in hoog tempo en op meerdere plaatsen weten we met slim laden netverzwaringen te voorkomen of in ieder geval uit te stellen. Daarnaast zien we dat de elektrificatie van het (openbaar) busvervoer steeds meer vorm krijgt.

Netcapaciteit en spanningskwaliteit

In 2021 is congestie opgetreden in de regio Middelharnis, op bedrijventerreinen in Dordrecht en in Utrecht. Deze laatste is veroorzaakt door de transportbeperking die TenneT ons oplegt vanwege capaciteitstekort in het hoogspanningsnet. Meer problemen met onze transportcapaciteit en spannings­kwaliteit dreigen. We hebben daarom actief deelgenomen in het proces van het opstellen van de RES'en en doorreke­ningen gemaakt om aan te geven waar we capaciteits­problemen verwachten. We investeren nu en in de toekomst flink in netverzwaring om de plannen in de regio’s te faciliteren.

Daarnaast zien we dat veel gemeenten inzetten op het benutten van dakoppervlakken om daar zonnepanelen te plaatsen. Wij denken dat een aantal zaken nodig is om de situatie de komende jaren beheersbaar te houden. Enerzijds het op rijksniveau programmeren en prioriteren van duurzaamheidsontwikkelingen, om regie te houden op infrastructuur. Anderzijds is het van belang dat de kapitaalpositie van netbeheerders versterkt wordt om investeringen te kunnen blijven financieren. Ook is van belang dat systeem- en infrakosten aan het begin van duurzaamheidstrajecten worden meegenomen. Hiermee kan bijvoorbeeld in de SDE++-regeling rekening worden gehouden.

Wet- en regelgeving & Politiek

Zowel op EU- als op landelijk niveau moeten de doelen en beleidsrichtingen de komende jaren verder concreet gemaakt worden. Het ministerie van Energie & Klimaat (voorheen Economische Zaken en Klimaat) heeft voor deze nieuwe wetgeving de Energiewet 1.0 opgesteld waarin ook meteen de Elektriciteits- en Gaswet worden samengevoegd. Deze is na formele consultatie nog steeds in ontwikkeling. Een impactanalyse van de Energiewet 1.0 heeft bevestigd dat deze wet praktisch alle processen van de netbeheerder in meer of mindere mate raakt. Implementatie vindt de komende jaren plaats.

Een aangrenzende wet die nog in bewerking is, is de Wet Collectieve Warmte (WCW). Collectieve warmte in de vorm van warmtenetten is een belangrijk onderdeel van de energietransitie. Zeker in het verzorgingsgebied van Stedin Groep zijn warmtenetten op grote schaal een realistisch toekomstbeeld. Zij staan hoog op de agenda van meerdere gemeenten en kunnen bijdragen aan het oplossen van het elektriciteitstekort dat in een aantal regio’s speelt. Het besluit om een warmtetransportleiding tussen Rotterdam en Den Haag te realiseren geeft ook een impuls aan warmtenetten.

Het is qua infrastructuur in Nederland enorm druk in de ondergrond en dat wordt steeds meer onderdeel van de maatschappelijke afwegingen in de energietransitie. Dit kan leiden tot het verleggen en/of vervangen van bestaande infrastructuur. Stedin ziet dan ook de vitale infrastructuren van elektriciteit, gas en warmte op de lange termijn steeds meer naar elkaar toe groeien. Daarmee worden ook de aanleg en het beheer van warmtenetten logische taken voor een netwerkgroep. Gemeenten willen verruiming van de mogelijkheden en willen graag een model met onafhankelijk publiek netbeheer. Wij onderschrijven dit model: het is een goede optie en sorteert voor op een toekomst waarin energiedragers naar elkaar toegroeien.

Er is nog veel onzekerheid rondom wet- en regelgeving. Enerzijds wordt door zowel de EU als het Rijk de doelen naar boven bijgesteld, anderzijds is er nog veel onduidelijk rondom de concrete uitwerking. Bijvoorbeeld over de verdeling van de kosten van de transitie en de exacte taken en verantwoorde­lijkheden rondom warmtenetten. De strategische impact daarvan op Stedin Groep is aanzienlijk. We houden in onze strategie rekening met verschillende scenario’s en dit beïnvloedt onze investeringsplannen.

De doorlooptijden van projecten zijn te lang, met name door vergunningsprocedures. Ongeveer 70% van de doorlooptijd bestaat uit besluitvormingsprocedures. Dit heeft impact op de snelheid waarmee we de energietransitie mogelijk kunnen maken. Netbeheer Nederland heeft dit probleem meermaals aangekaart en in 2020 is een oproep gedaan om deze proceduretijd te halveren. In juni 2021 deden de net­beheer­ders een appèl op de formerende partijen om wet- en regelgeving aan te passen om verbouwing van het elek­tri­citeits­net te versnellen. In oktober stelden ze een ‘fast lane’ voor, voor versnelde afhandeling van procedures. In juni 2021 pleitte Ed Nijpels, voorzitter van het Klimaatakkoord, voor een ‘noodwet’. In juli 2021 is in de Tweede Kamer een motie ingediend om de doorlooptijden te versnellen.

Sociaaleconomische aspecten

We hebben in 2021 ervaren dat een combinatie van geo­politieke factoren, het dichtdraaien van de gaskraan in Groningen en het achterblijvende tempo van verduurzaming een kwetsbaarheid heeft bloot gelegd. De betaalbaarheid van energie is onder andere door de verminderde beschikbaarheid van aardgas, onder druk komen te staan en er was sprake van marktverstoring door faillissementen. Particulieren kregen te maken met afsluiting door een failliete leverancier of energie-armoede. Door de hogere energieprijzen zijn ook de kosten voor onze netverliezen opgelopen. De inkoopstrategie voor netverliezen is het afgelopen jaar aangepast waardoor het risico hierop sterk is terug gebracht en geen strategische belemmering meer vormt.

Verder zien we dat vergrijzing en schaarste aan technisch personeel een onverminderde uitdaging is en blijft. Dit geldt niet alleen voor ons, maar voor veel sectoren en daarmee is het een landelijk probleem waar we samen met alle partners aan moeten werken. Dat betekent samenwerken met onder andere het Rijk, met het beroepsonderwijs en binnen de sector. Inmiddels lijkt deze uitdaging voor de transitie een even grote uitdaging als het financieringsvraagstuk.

Op dit moment hebben netbeheerders te kampen met schaarste aan materialen. Als we materiaal tekort komen, kan het gebeuren dat we vertraagd net-aanpassingen en klantvragen uitvoeren, waardoor we een beperkende factor in de energietransitie zijn. De prijzen voor staal zijn het afgelopen jaar met ongeveer 70% gestegen, door onzekerheid over het voortbestaan van een aantal staalfabrieken en een toenemende vraag naar staal wereldwijd. Ook de prijzen voor koper stijgen naar verwachting door de toenemende vraag vanwege de energietransitie en verminderd aanbod van koper door beperkte mijnopeningen. Deze hogere prijzen maken onder andere dat we forse kostenstijgingen zien op onze projecten in een bandbreedte van 5% tot soms wel 80%. We blijven als Stedin deze wereldwijde tekorten op diverse grondstoffen monitoren. We focussen hierbij op onderlinge kennis­uitwisseling met de sector en andere marktpartijen om te anticiperen op mogelijke materieeltekorten. Stedin wordt op dit moment nog niet hard geraakt door de materiaal­schaarste, maar het vergt wel maximale inspanning om hierop te anticiperen.

Covid-19 heeft in 2021 wederom impact gehad en dat verwachten we ook in 2022. Enerzijds is de strategische impact van het virus indirect: de transportvraag en de snel­­heid van de energietransitie wordt voor een groot deel bepaald door de economische groei en de impact van het virus daarop. Anderzijds is de impact direct en hebben we onze manier van werken aangepast. Inmiddels is 50% thuiswerken voor kantoorpersoneel de nieuwe norm en heeft Stedin dit ‘hybride werken' vormgegeven in Stedin@work. Met dit beleid kan worden ‘meegeveerd’ met de dynamiek van het virus en tijdelijke aanscherping van landelijke maatregelen. Daarnaast heeft het virus invloed op de werkzaamheden buiten en bij klanten. Denk aan bijvoorbeeld de 1,5 meter-regel bij werkzaamheden en bezoek bij klanten. Onze bedrijfsprocessen en protocollen zijn hierop aangepast. Ook bracht Covid-19 met zich mee dat we uitdagingen hadden rondom de bezetting. Dit heeft onze operationele performance in 2021 niet structureel belemmerd.

Technologie+

We zien dat een aantal technologieën volwassen worden en qua prijsstelling langzaam maar zeker bereikbaarder zijn voor consumenten en bedrijven. Voorbeelden hiervan zijn zonnepanelen, elektrische auto’s, (hybride) warmtepompen en slimme apparaten voor thuis (domotica). De beschik­baarheid van betrouwbare data is steeds belangrijker om technologieën goed te laten functioneren en om nieuwe transacties mogelijk te maken. Het vraagt om extra

investeringen in onze elektrici­teitsnetten en om realtime besturing van het net. Een slim te besturen net en een geïntegreerd energiesysteem hebben de toekomst. Daarbij kijken we natuurlijk ook vooruit naar aankomende innovaties op het gebied van systeemintegratie.

Natuurlijke omgeving

Het Fit for 55-programma van de Europese Commissie is geen luxe maar noodzaak. Particuliere en zakelijke klanten en ook onze gemeentelijke aandeelhouders en investeerders hechten steeds meer waarde aan ver­duur­zaming. We krijgen dan ook meer vragen over duurzame inpassing van infra­structuur in een steeds drukker wordende stedelijke omgeving.

Herijking strategie

In 2021 zijn we gestart met een herijking van onze duurzaam­heidsstrategie. Biodiversiteit is toegevoegd als strategisch thema en ook klimaatadaptie speelt een rol in de organisatie. We concretiseren dit onder andere in beleid voor ver­duur­zaming van onze infrastructuur. Daarbij blijkt dat maat­regelen vaak helpen om technische uitdagingen op te lossen, zoals hittestress.