Stakeholderdialoog en omgeving

Als netbeheerder hebben we een centrale rol in de energie­keten en dus in de energietransitie. Daarom is de dialoog en samenwerking met onze stakeholders essentieel. Door met klanten het gesprek te voeren, weten we welke klantvraag op ons afkomt. Aanvragers verhogen hun kans op toegang tot transportcapaciteit als zij tijdig hun plannen met ons delen.

Stabiliteit van klantvraagvoorspellingen

De voorspelde klantvraagontwikkeling is gemiddeld voor 72% gelijk aan eerdere voorspellingen. Daarmee hebben we de target (70%) gehaald. In de loop van 2022 zien we een daling van de stabiliteitsscore. Dit komt door fors hogere prognoses voor duurzame opwek, elektrificatie van gas-grootverbruikers en de warmtetransitie. Dit is het gevolg van de oorlog in Oekraïne en de verhoogde overheidsambities. De turbulente ontwikkelingen rond de energietransitie zullen in 2023 de stabiliteit van de klantvraagvoorspelling sterk beperken. In 2023 voegen we nieuwe thema’s toe aan onze berekeningen, zoals batterijen/opslag en elektrificatie van kleinere zakelijke gasverbruikers. Ook dit zijn thema’s waar we veel beweging verwachten.

Target 2022

Resultaat 2022

Stabiliteit klantvraagvoorspellingen

70%

72%

Voor de planbaarheid van de benodigde investeringen zijn goede en stabiele voorspellingen van de vraag naar aansluitingen en netcapaciteit (zowel afname als teruglevering) essentieel om de impact op ons netwerk door te rekenen en knelpunten vroeg te signaleren. Hiermee kunnen we tijdig oplossingen realiseren en in gesprek gaan met onze klanten over timing, locatie, vermogen en flexibiliteit. We zien dat de klantvraag complex en grillig is en sterk afhankelijk van ontwikkelingen buiten de invloedsfeer van Stedin.

We vertellen over onze resultaten aan de hand van drie onderwerpen: gebouwde omgeving, mobiliteit en industrie.

Gebouwde omgeving

Het verduurzamen van de gebouwde omgeving is ingewikkeld. Niet alleen technisch; ook sociaal is het een grote verandering. Wij dragen actief bij aan de Regionale Energiestrategieën en Transitievisies Warmte. Ook werken we hard aan het realiseren van innovaties. Denk aan het verwarmen van woningen met duurzame gassen zoals waterstof. 

Regionale Energiestrategieën (RES)

In de RES staat waar en hoe het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. Stedin neemt actief deel aan overleggen in de 14 RES-regio’s in ons werkgebied. Daar brengen we kennis in over de opbouw van het net en laten we met kansenkaarten zien waar het huidige net nog extra opwek kan faciliteren. Het doel is om het bestaande net zo goed mogelijk te benutten en netuitbreidingen te kunnen plannen en voorbereiden. Voor alle RES-regio’s hebben we netimpactanalyses uitgevoerd. Daarmee stellen we voor het voorgestelde scenario vast hoeveel ruimte, tijd en inves­te­ringen nodig zijn om de netuitbreidingen te realiseren. Daarnaast werken we aan een sterke (bestuurlijke) relatie die nu en in de toekomst helpt bij het versneld realiseren van netuitbreidingen.

Groei in energieopwek zette in 2022 sterk door

Ook in 2022 heeft de stijging van de hoeveelheid duurzaam opgewekte energie doorgezet. De grootste groei (34%) zien we in zonnepanelen op de daken van woningen en van kleine bedrijven binnen het Stedin-gebied (tot 15 KWp). Ook bedrijven en producenten van duurzame energie hebben flink geïnvesteerd. De sterk gestegen energieprijzen hebben ervoor gezorgd dat zelf opwekken financieel interessant is. Binnen het Stedin-gebied is de doelstelling met 6% opgehoogd ten opzichte van 2021 tot 12 TWh aan duurzaam opgewekte elektriciteit uit zonne-energie (vanaf 15 KWp per installatie). Daarvan is intussen ruim 37% gerealiseerd. Er zit ruim 14 % in de pijplijn en ongeveer de helft (ruim 48 %) is nog ambitie en moet nog worden uitgewerkt. Dat is een enorme opgave.

Totaal opgesteld vermogen in KWp

2022

Groei t.o.v. 2021 in KWp

Groei t.o.v. 2021 in %

Wind

980.020

131.840

15,5

Zon

2.366.160

630.300

26,6

> 15 KWp

1.482.377

246.464

19,9

< 15 KWp

1.514.086

383.841

34,0

Regio’s kiezen vanwege de ruimtevraag en het draagvlak veelal voor een groot aandeel opwek uit zon, met name zon-op-dak, en relatief weinig voor windenergie. De consequentie hiervan is dat er geen juiste balans is. Zon en wind hebben een vrij complementair profiel. Bij een goede balans wordt de energie-infrastructuur gedurende de hele dag min of meer gelijkmatig gebruikt. In grote lijnen; overdag zon (en meer in de zomer dan in de winter), in de ochtend en avond en nacht wind. Als het zwaartepunt op zon ligt, dan betekent het dat het net op de zonnige uren overdag heel zwaar wordt belast en op andere momenten veel minder. Om die belasting aan te kunnen zijn flinke netinvesteringen nodig die mogelijk voorkomen hadden kunnen worden wanneer er voor een betere balans gekozen zou zijn. Meer hierover in de paragraaf ‘Investeringen in onze netten’.

RES Zeeland

Ook in Zeeland is de hoeveelheid opgewekte zonne-energie enorm gestegen in de afgelopen jaren: een verviervoudiging in vier jaar tijd. Die stijging wordt voor het grootste deel veroorzaakt door grote zon-op-dakprojecten in de havens van Vlissingen en Terneuzen en op bedrijventerreinen, maar ook door verschillende grote zon-op-veldprojecten. Die versnelling was nodig om in lijn te blijven met de 3 TWh doelstelling die Zeeland in de RES heeft afgesproken als bijdrage aan het landelijke bod van 35 TWh.

Groei energietransitie in de gebouwde omgeving

Ook in de gebouwde omgeving zet de groei van de energietransitie door. Dat blijkt uit de volgende cijfers:

  • Het aantal gasverwijderingen voor verduurzaming van de bestaande bouw is in 2022 ten opzichte van 2021 gestegen met 51,3% naar 24.960 (2021: 16.496). Het gaat hierbij om het totaal aantal huishoudens dat tot en met 2022 aardgasvrij is gemaakt. In 2022 zijn 8.464 huishoudens aardgasvrij gemaakt.

  • Het aantal aansluitingen voor de verzwaring van de elektriciteitsaansluiting als gevolg van de verduurzaming van huishoudens bedraagt in 2022 31.556 (2021: 19.268).

  • Stedin heeft in 2022 22.804 (2021: 21.454) nieuwbouwwoningen aangesloten. Dat is een stijging van 6%: 89% van deze nieuwbouwwoningen is aardgasvrij.

Het tempo van de warmtetransitie blijft achter bij de doelstellingen

Eind 2021 hebben gemeenten de eerste versie van de Transitievisie Warmte (TVW) opgeleverd. Hierin beschrijven gemeenten hoe ze de overstap naar duurzaam en aardgasvrij verwarmen en koken willen realiseren binnen hun gemeente. Samen met de andere netbeheerders heeft Stedin 312 transitievisies geanalyseerd. Uit de analyse blijkt dat ongeveer 70% van de gemeenten nog niet voldoende laten zien hoe zij hun woningvoorraad aardgasvrij maken. Een deel van de gemeenten geeft bijvoorbeeld nog niet aan met welke wijken ze willen beginnen. De consequentie hiervan is dat de TVW’s voor Stedin onvoldoende richting bieden om op te anticiperen.

Stedin en de andere netbeheerders hebben gemeenten aangespoord om haast te maken met het concreet maken van wijkuitvoeringsplannen. Daarnaast vragen wij het Rijk om regie te nemen over de warmtetransitie. Hiermee willen wij voorkomen dat het werk zich zodanig ophoopt dat het onuitvoerbaar wordt. Bij de ontwikkeling van de TVW's is gewerkt met het klimaatdoel om 49% CO2-reductie te halen voor 2030 en in Nederland 1,5 miljoen woningen te verduurzamen. In theorie moeten dan vanaf nu jaarlijks 187.500 woningen aardgasvrij worden gemaakt.

Ondersteuning gemeenten en woningbouwcorporaties

Onze gebiedsregisseurs en accountmanagers ondersteunen gemeenten en woningbouwcorporaties actief in het plannen van de energietransitie. ‘Standaarden en Vuistregels’ is een informatiepakket dat voor verschillende transitiekeuzes aangeeft welke werkzaamheden, ruimte en doorlooptijd vereist zijn. Ook de ontwikkeling van zon-op-dak en elektrisch vervoer hebben natuurlijk impact op het elektriciteitsnet. In dit informatiepakket worden deze ontwikkelingen meegenomen. Zo kunnen gemeenten en woningbouwcorporaties met een zo volledig mogelijk beeld toekomstplannen maken. Met de Quickscan Netimpact maken wij globaal inzichtelijk of plannen direct kunnen doorgaan, of dat we eerst andere werkzaamheden moeten uitvoeren. We geven een indicatie van de verwachte doorlooptijd en benodigde ruimte voor distributiestations. Tegelijkertijd geven de plannen ons steeds beter inzicht in de ontwikkeling van de warmtetransitie.

Waterstof

We onderzoeken mogelijkheden om met het omzetten van elektriciteit in waterstof of warmte de behoefte aan netcapaciteit structureel te verminderen en onze gasnetten te kunnen hergebruiken. De activiteiten die Stedin ontplooit met waterstof zijn in lijn met de aanbevelingen uit de Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050 (II3050). Hierin wordt het energiesysteem integraal bekeken en geen enkele energiedrager uitgesloten.

Voor de verwarming van bestaande woningen is niet alleen ons elektriciteitsnetwerk van belang, maar ook het aardgasnetwerk. Meerdere analyses, waaronder het Openingsbod van Stedin en de Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), laten zien dat verwarming met een duurzaam gas in sommige buurten maatschappelijk het goedkoopste alternatief is voor aardgas. Met de inzet van duurzame gassen als groen gas en waterstof kan het aardgasnetwerk bovendien optimaal benut worden en een belangrijke bijdrage leveren aan de energietransitie. Voordat we waterstof als volwaardig alternatief kunnen toepassen, doen we door middel van projecten ervaring en kennis op.

Stad aan 't Haringvliet

De bewoners van Stad aan ‘t Haringvliet gaan mogelijk in 2025 over op waterstof. Om te laten zien hoe dat werkt, hebben we dit jaar een leegstaande woning van woningcorporatie Oost West Wonen in Stad aan ’t Haringvliet tijdelijk omgebouwd tot ‘Inspiratiehuis Stad Aardgasvrij’. In het voorjaar van 2022 hebben we dit huis gedurende twee maanden succesvol verwarmd met groene waterstof. Dit bood Stedin ook de kans om voort te bouwen op de kennis en ervaringen die zijn opgedaan met de voorgaande waterstofombouw in Uithoorn.

Stedin heeft samen met partners voortgang geboekt in het onderzoek naar mogelijke verwarming van woningen in Stad aan ’t Haringvliet met waterstof. Zo zijn er in overleg met de Autoriteit Consument & Markt kaders voor consumentenbescherming opgesteld. Ook is in samenspraak met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat een richtsnoer voor veiligheid opgeleverd. Staatstoezicht op de Mijnen gaat hierop toezien.

Samenwerkingsverbanden: The Green Village en HyDelta

Alliander, Enexis en Stedin werken samen in The Green Village in Delft in het project ‘Waterstofstraat’. We hebben een regulier (aard)gasnetwerk aangelegd dat op 100% waterstof staat. Het doel hiervan is om te onderzoeken hoe netbeheerders en marktpartijen samenwerken aan de exploitatie en het beheer van een waterstofsysteem. Zo heeft het consortium van H2@Home in 2022 een bewoonde woning voorzien van volledig op waterstof gebaseerde verwarming en tapwater. Hiermee doen wij als netbeheerders kennis en ervaring op over hoe wij partijen kunnen aansluiten op een waterstofnet en hoe we het waterstofnet veilig en betrouwbaar kunnen beheren.    

Daarnaast zijn we betrokken bij HyDelta, een landelijk onderzoeksprogramma gericht op de veilige toepassing van waterstof in de bestaande gas­infra­structuur. De overige deelnemende partijen zijn DNV, Gasunie, Kiwa, Hanzehogeschool, New Energy Coalition, Netbeheer Nederland, TKI Nieuw Gas en TNO. Momenteel vervolgen we het onderzoek met een bredere insteek naar o.a. systeemintegratie, digitalisering en maatschappelijke acceptatie.

Mobiliteit

Het afgelopen jaar is het aantal elektrische voertuigen in Nederland met 34,8 % gegroeid (2021: 39,7%) naar 515.242. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat er in 2030 in Nederland 1,7 miljoen laadpalen moeten zijn gerealiseerd. De snelheid waarmee de transitie naar elektrische mobiliteit zich voltrekt, lijkt nog hoger te zijn dan oorspronkelijk in het Klimaatakkoord was voorzien. Dat illustreert de opgave waar we voor staan.

Aansluitingen kleinverbruik voor laadinfrastructuur  

De groei van het aantal kleinverbruikaansluitingen voor laadinfrastructuur in 2022 bedraagt 2.655 (2021: 2.791). Daarmee zien we voor het eerst een afvlakking van de groei. Deze daling is deels te verklaren door de weggevallen subsidie- en belastingvoordelen voor kopers van elektrische auto's en door de coronapandemie. Het totaal aantal aangelegde kleinverbruikaansluitingen in het werkgebied van Stedin komt eind 2022 uit op 12.927. Dit is t.o.v 2021 een stijging van 26% (2021: 37%). Wij rapporteren over zowel de groei als het totaal van het aantal aangelegde kleinverbruikaansluitingen omdat Stedin, als netbeheerder, de infrastructuur voor de aansluiting verzorgt. Wij hebben geen exact inzicht in het aantal laadpunten dat op een aansluiting wordt gerealiseerd.

Groei aantal KV aansluitingen voor laadinfrastrutuur (noot: vanaf 2019 incl. Zeeland).

Totaal aantal aangelegde KV aansluitingen voor laadinfrastructuur (noot: vanaf 2019 incl. Zeeland).

Bepalen impact op onze netten

Om de enorme groei van het aantal elektrische voertuigen te blijven faciliteren, is het noodzakelijk dat we inzicht hebben in de behoeften van onze klanten (wat, waar, wanneer laden) en de maatschappelijke ontwikkelingen rondom duurzame mobiliteit. We hebben dit inzicht nodig om de toekomstige impact ervan op het elektriciteitsnet te bepalen en de benodigde netcapaciteit en investeringen vast te stellen. De vijf regio’s van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) zijn verantwoordelijk voor het leveren van deze prognoses aan de netbeheerders. Daarnaast stellen gemeenten een integrale visie op laadinfrastructuur vast en brengen de gezamenlijke netbeheerders de toekomstige laadbehoeften (tot en met 2050) in kaart. Op basis van deze input maken we een integrale impactrapportage per NAL-regio. De eerste impactrapportage is begin 2022 gedeeld met de NAL regio’s. Elk jaar vindt er een update plaats. Elaad - een samenwerking van de Nederlandse netbeheerders op het gebied van elektrisch vervoer - levert de data op basis waarvan wij investeringsplannen kunnen maken en gezamenlijk met gemeenten en provincies aanbestedingen voor deze opgave kunnen doen.

Slim laden de norm

Door de exponentiële groei van het aantal elektrische auto’s en het aantal laadpunten, moeten we inzetten op het beter benutten van onze bestaande netten met innovatieve technieken zoals slim laden en bidirectioneel laden. Slim laden kan helpen om de piekbelasting met wel 20% in Nederland te verminderen. Hiermee voorkomen we circa 1,4 miljard aan investeringen in netverzwaring. Met bidirectioneel laden kan de elektrische auto werken als "accu op wielen" die tijdens piekvraag energie terug kan leveren aan het elektriciteitsnet.

In vijf verschillende proeftuinen in de regio Utrecht is het systeem getest en doorontwikkeld. Zo is een duurzaam energiesysteem op wijkniveau gecreëerd. Lokaal opgewekte energie wordt opgeslagen in elektrische (deel)auto’s. Via een slimme laadpaal kan de energie op een later moment worden teruggeleverd aan de wijk. Inmiddels zijn meer dan 800 van deze slimme laadpalen geplaatst. De volgende stap is een landelijke opschaling op basis van een uniform marktmodel. In 2025 moet slim laden de norm zijn voor elke parkeerlaadsessie.

Collectieve netaansluiting voor snelladen

Een landelijk dekkende snellaadinfrastructuur is belangrijk voor het bereiken van laadzekerheid voor elektrische rijders. Vanwege de hoge kosten van een netaansluiting kiezen exploitanten van een snellaadstation (bijvoorbeeld Fastned, Shell Recharge) in de regel voor een aansluiting in de middenspanningsring. Daarmee kan de exploitant een beperkte tijd vooruit omdat de maximale capaciteit van de middenspanningsring al snel te beperkt is, waarna een zwaardere aansluiting nodig is. Rijkswaterstaat en de gezamenlijke netbeheerders zijn een pilotprogramma gestart met als doel om te komen tot één collectieve netaansluiting met voldoende capaciteit. Hier kunnen exploitanten van snelladers, en mogelijk ook producenten van groene stroom, over een langere periode (toekomstvast) op aangesloten worden. 

Innovatie aansluiten EV-laadpalen

De gezamenlijke netbeheerders hebben een aanbesteding gedaan in de vorm van een innovatiepartnerschap. Het doel: een zo klein mogelijke aansluitkast te creëren die we eenvoudiger en sneller kunnen aansluiten.

Dit heeft er in geresulteerd dat aansluitkasten in laadpalen standaard worden voorzien van een stopcontact waarin de geprefabriceerde aansluitkabel met stekker eenvoudig en snel kan worden aangesloten. De arbeidstijd is hierdoor 50% minder, waarbij de monteur veiliger kan werken met minder zware inspanning. De aansluitkast is compacter en beter bestand tegen hogere temperaturen. Zo zijn we goed voorbereid op de veranderingen van het klimaat en de mogelijkheden voor kleinere laadpunten.

Industrie

De industrie is in 2022 verder verduurzaamd, bijvoorbeeld door het elektrificeren van warmteproductie. Het tempo en omvang daarvan werd beïnvloed door de hoge gasprijzen. Een deel van onze industriële klanten werd door de hoge gasprijzen gedwongen om hun productie terug te schroeven. Wegens hun verslechterde investeringspositie hebben sommigen ook hun plannen voor elektrificatie uitgesteld. Voor de industriële klanten die door langetermijngascontracten hun investeringskracht konden behouden, waren de hoge gasprijzen een extra stimulans om te investeren in elektrificatie.

Door de beschikbaarheid van technologie zoals e-boilers en elektrolyse en de stimulering door SDE++-subsidies kunnen bedrijven plannen voor elektrificatie van de warmtevraag relatief snel maken en uitvoeren. In 2022 zagen we het aantal aanvragen voor aansluitingen van grote industriële klanten dan ook sneller groeien dan in voorgaande jaren, bijvoorbeeld van batterij-exploitanten.

Haven en Industrieel Complex Rotterdam (HIC)

In het HIC is eind 2022 een vooraankondiging van congestie gedaan door TenneT. Omdat wij onze voeding vanuit het hoogspanningsnet van TenneT krijgen, merken ook onze klanten dat. Veelal betekent het dat de aansluiting van klanten die willen groeien op hun huidige aansluiting, of nieuwe klanten die zich hier willen vestigen, voor onbepaalde duur vertraging oploopt. Dit betreuren we omdat elektrificatie naast efficiency en afschakelen de enige verduurzamingsmaatregel is die een bedrijf nú kan nemen. Tegelijkertijd is er ook iets positiefs in te lezen; verduurzamingsplannen die we in 2025 hadden voorzien zijn versneld uitgevoerd. Deze situatie laat dus zien dat de verduurzaming in het HIC echt op stoom is.

Cluster Energie Strategieën

Stedin voert een actieve dialoog over verduurzamingsplannen met de zware industrie in de CES-clusters Rotterdam–Moerdijk en in de Schelde–Deltaregio. De grootste impact van de verduurzaming van deze partijen komt bij de landelijke netbeheerders terecht, zeker wanneer industriële klanten hun processen in één keer elektrificeren (TenneT) of overstappen op waterstof (Gasunie). We zien ook dat bedrijven in stappen verduurzamen. Dit wordt dan mogelijk in eerste instantie door Stedin gefaciliteerd.

Ook is er een CES voor de Decentrale industrie. Eerste analyses en schattingen laten zien dat elektrificatie richting 2050 kan leiden tot een forse extra capaciteitsvraag verspreid over het Stedin-verzorgingsgebied. Deze analyse maakt ook inzichtelijk waar de meeste groei in de capaciteitsvraag wordt verwacht en op welke stations die tot knelpunten kan leiden. In deze gebieden benaderen we de regionale industriële grootverbruikers van gas actief en vragen naar hun verduurzamingsplannen. Deze proactieve aanpak leidt tot een actieve dialoog tussen Stedin, haar klanten, overheden en collega-netbeheerders om verduurzamingsplannen inzichtelijk én uitvoerbaar te maken.

Stedin levert elektriciteitsaansluiting voor een van Europa's grootste biobrandstoffabrieken in Rotterdam

Een aanvullende elektriciteitsaansluiting is nodig om de nieuw te bouwen biobrandstoffabriek van elektriciteit te voorzien. De fabriek wordt gebouwd op Shell-terrein Pernis. Het dichtstbijzijnde transportstation dat dit vermogen kan leveren, ligt op 1,5 km afstand. De afstand is niet de uitdaging, wel het kabeltracé: dit moet één van Nederlands drukste gebieden doorkruisen, zowel boven- als ondergronds. Daar zijn onder meer de opslagtanks van Shell, het hoofdspoortracé van ProRail en de A15 met verkeersknooppunt Beneluxplein.

Een technisch uitdagend kabeltracé van 1900 meter lang, waarvan 1600 meter een gestuurde boring (HDD) met een dieptepunt van ruim 35 meter. De kabel is vanwege de lengte van de boring speciaal geproduceerd voor dit tracé. In 2022 is de uitvoering gestart.

Data (Safe House)

Om onze horizon te verleggen en onderbouwd verder te kijken (en handelen) dan individuele klantaanvragen werkt Stedin nauw samen met partners, onder andere op het vlak van data. Zo heeft Stedin in 2022 de Energiemixstudie mede mogelijk gemaakt, waarin we voor het eerst met data die de industrie zelf heeft aangeleverd hebben gekeken naar kosteneffectieve transitiepaden in de Rotterdamse haven. Met die informatie kunnen we onze scenario’s verder verscherpen en de dialoog met de industrie concreter maken.

Daarnaast is in 2022 hard gewerkt aan de realisatie van het Data Safe House, een platform waar industrie en netbeheerders veilig en afgeschermd data over toekomstig energiegebruik kunnen uitwisselen. Het platform is in het derde kwartaal live gegaan met een eerste data-uitwisseling. Volgend jaar ligt de focus op meer deelnemers, betere datakwaliteit en een ondersteunend beleidskader vanuit het Rijk. Deze manier van data uitwisselen is ons belangrijkste gereedschap om vraag naar en aanbod van infrastructuur zo goed mogelijk op elkaar aan te sluiten, nu en in de toekomst. Hoe meer bedrijven hieraan meedoen, hoe beter het beeld wordt. We roepen bedrijven dus actief op om mee te doen.

Project Gridmaster: Adaptieve investeringsstrategieën

Project GridMaster heeft als doel om modellen en methoden te koppelen waarmee we in staat zijn de vele onzekerheden binnen de transitie van de industrie te verkennen, voor zowel de gas-, warmte- als elektriciteitsinfrastructuur. Het project geeft inzicht in mogelijke transitiepaden, de benodigde infrastructuur en bijpassende investeringsstrategieën.

Samen met TenneT, Gasunie, Havenbedrijf Rotterdam, Provincie Zuid-Holland, Gemeente Rotterdam, SmartPort, TU Delft, Siemens, Quintel en TNO hebben we vele scenario’s en potentiële investeringsstrategieën verkend.

GridMaster heeft in het Haven Industrie Cluster Rotterdam geleid tot inzicht over de benodigde investeringen voor de verschillende scenario's. Hiermee zijn de (mogelijke) gevolgen van de elektrificatieslag inzichtelijk gemaakt.